Maand van de tandcontrole

“ U poetst uw tanden elke dag. Uw hond toch ook?”

Deze inleiding komt u waarschijnlijk al bekend voor. Het is namelijk de bekende startzin van de tandcontroles.

Vanaf 1 maart tot 31 maart 2019 nodigen we opnieuw alle hondeneigenaars uit om de tanden en het tandvlees van hun trouwe viervoeters te laten controleren. Niet alleen de hond maar ook de kat en de knaagdierenkomen aan bod.

Een parodontale aandoening is de meest voorkomende ziekte bij honden en katten. Vier op vijf honden ouder dan drie jaar vertonen symptomen van dergelijke aandoeningen.

Veertig procent van de consultaties bij de dierenarts betreffen een parodontaal probleem. Een Europees marktonderzoek toonde aan dat slecht 5% van de eigenaren zich bewust zijn van het feit dat hun dier iets mankeert.

De sleutels van de mondverzorging

  • Aandacht voor monghygiëne
  • Beginstadia van parodontale aandoeningen opsporen
    • Extern onderzoek van de kop
    • Onderzoek van het buccale oppervlak van de tanden en mondmucosa
    • Open mondonderzoek
  • Mondonderzoek onder algemene anesthesie
  • Mondbehandeling onder algemene anesthesie

Het normale gebit van een hond

De hond is net als de wolf van origine een vleeseter (carnivoor) en heeft dan ook een een typisch carnivoren gebit. Dit betekent dat het gebit geschikt is om een prooi te vangen (sterke hoektanden) en te verscheuren (grote knipkiezen). De ontwikkeling van het gebit begint al in de baarmoeder waar de tandkiemen worden aangelegd bij de ongeboren vrucht. Net als de mens heeft de hond een melk- en een permanent gebit.

Het wisselen

Puppies worden zonder tanden geboren. Twee tot vier weken na de geboorte komen de eerste tanden van het melkgebit door. Rond de 7e levensmaand is het hele gebit gewisseld en heeft de hond zijn permanente gebit.

In onderstaande tabel staat wanneer het melkgebit doorbreekt en wanneer dit melkgebit gewisseld wordt.

tanddoorbraaktijdstip melkgebitwisseltijdstip permanent gebit
snijtanden3-4 weken3-5 maanden
hoektanden3-5 weken5-7 maanden
premolaren4-12 weken4-6 maanden
molaren4-7 maanden

De molaren (de achterste kiezen) wisselen niet en komen door als permanente kies. De ontwikkeling van het permanente gebit gaat verder op het moment dat de kaken uitgegroeid zijn omdat de permanente tanden een stuk groter zijn dan het melkgebit en dus meer ruimte nodig hebben. Door de groei van het permanente gebit zullen de wortels van de melktanden opgelost worden en zal het melkgebit uitvallen

Het permanente gebit van de hond bevat 42 elementen:

• 12 snijtanden (6 bovenkaak en 6 onderkaak)
• 4 hoektanden (2 bovenkaak en 2 onderkaak)
• 16 premolaren (8 bovenkaak en 8 onderkaak)
• 10 molaren (4 bovenkaak en 6 onderkaak)

Het normale gebit bij de kat

De kat heeft een carnivoren (vleeseter) gebit. Dat betekent dat het gebit geschikt is om een prooi mee te vangen en te verscheuren. Naast de scherpe klauwen spelen de sterke hoektanden een belangrijke rol bij het vangen en doden van de prooi. De grote knip kiezen worden gebruikt bij het verscheuren van de prooi.

De soorten en aantallen van het gebit van de kat worden weergegeven in een zogenaamde tandformule.

Voor de kat ziet deze er als volgt uit. 

Er zijn 30 gebitselementen :

• 12 snijtanden
• 4 haaktanden
• 10 premolaren
• 4 molaren

 

 

De ontwikkeling van het gebit van de kat begint al in de baarmoeder: de tandkiemen voor zowel het melk- als het blijvende gebit worden al voor de geboorte aangelegd.
Net als de mens en de hond heeft ook de kat een melk- en een blijvend gebit.

De kittens worden tandeloos geboren. De eerste elementen van het melkgebit komen 2-4 weken na de geboorte door.

TandDoorbraaktijdstip MelkgebitWisseltijdstip Permanent gebit
Snijtanden
2 – 3 weken
3 – 4 maanden
Hoektanden
3 – 4 weken
5 – 6 maanden
Premolairen
3 – 6 weken
4 – 6 maanden
Molairen
5 – 6 maanden

Het normale gebit van het konijn

Zowel snijtanden als kiezen van het konijn zijn elodont, dit wil zeggen dat ze het hele leven door blijven groeien.
Het gebit van het konijn bestaat uit 4 snijtanden, 20 kiezen en 2 stifttanden. Stiftanden zijn kleine snijtandjes die achter de snijtanden van de bovenkaak staan.

De tanden en kiezen groeien gedurende het gehele leven door. De snijtanden groeien 2-2.4 mm per week. Bij een normaal gebit staan de bovensnijtanden voor de ondersnijtanden en raken de ondersnijtanden de stifttanden. Hierdoor slijten de snijtanden netjes op elkaar af. Groei en slijtage zijn in evenwicht ten opzichte van elkaar.

Het konijn maalt zijn voer door tijdens het kauwen zijn kiezen horizontaal te bewegen. Hierdoor slijten de kiezen netjes op elkaar af. De wortels van de snijtanden en de kiezen zijn diep in het kaakbot verankerd waardoor ze goed kunnen knagen. Ongeveer 2/3 van de gehele tand is wortel. De tanden en kiezen zitten vast door lamellen tussen de wortel en het slijmvlies van de tandkas.

Het afwijkend gebit

Canine and feline tooth resorption

Canine/ feline tooth resorption is de algemeen erkende naam voor een overstimulatie van de odontoclasten.
Odontoclasten zijn cellen die instaan bij de aanleg van de tanden en de hermodellering ervan. Ten gevolge van ontsteking, druk van omliggende structuren, beweging van tanden,.. gaan de odontoclasten overgestimuleerd worden waardoor ze de tanden te hard gaan afbreken.
aangezien het lichaamseigen cellen zijn kan de resorptie langs de binnen- of buitenzijde beginnen.

De gevolgen van resorptie kunnen onzichtbaar zijn omdat ze onder het tandvlees gesitueerd zijn.
Deze kunnen enkel worden waargenomen door middel van een probe of radiografie van de tanden. Andere gevolgen zoals tandfracturen kunnen duidelijk gediagnosticeerd worden met het blote oog.

De preventie bestaat in een goede tandverzorging om ontsteking te voorkomen. De therapie bestaat uitsluitend in het trekken van de tanden.

Tegenwoordig worden ook kroonamputaties uitgevoerd maar kunnen enkel uitgevoerd worden wanneer er geen endodontische of periodontale aandoening aanwezig is.

Hypocalcificatie van het email (glazuur)

Deze aandoening ontstaat wanneer de productie van email gestoord werd in de vroege ontwikkeling, namelijk op een leeftijd van 3-5 maanden (voor het doorbreken van de volwassen tanden door het tandvlees). Dit slecht/niet aangemaakte email zorgt ervoor dat het dentine van de tand blootligt.
Dentine is minder weerstandig tegen de aanvallende factoren van de buitenwereld. Het dentine zal dan ook snel bruingeel van kleur worden.
Het blootliggende dentine zorgt voor gevoelige tanden bij ons huisdier en bacteriën kunnen er gemakkelijker op vasthechten met verdere beschadiging van de tand tot gevolg.
Zo zal er op het oppervlak tandplak gevormd worden maak ook kruipen de bacteriën tot diep in de tand met afbraak van de pulpaholte.

De behandeling bestaat in een herstel van de tanden op jonge leeftijd voorafgaand aan parodontale aandoeningen.
Door het herstel zal de gevoeligheid van de tanden verminderen en krijgen bacteriën terug minder grip.

Kroonfracturen bij honden en katten

Tanden van onze huisdieren kunnen regelmatig afbreken. Wild spel met stokken, tegen structuren oplopen, bijtspel, bijtwondes,.. zijn allemaal belastend voor tanden. Zowel gezonde als beschadigde tanden kunnen afbraken.

Bij een breuk is het heel belangrijk het onderscheid te maken tussen een open of gesloten pulparuimte.
Indien de pulpaholte niet geraakt is en enkel het dentine zichtbaar is zal er geen behandeling noodzakelijk zijn. Het dentine gaat de tand verder beschermen.
Bij een openliggende pulpaholte is therapie noodzakelijk. Een open tandkanaal zorgt enerzijds voor zeer pijnlijke tanden, anderzijds gaan kiemen de tanden beschadiging wat kan leiden tot tandwortelabcessen.  Een wortelkanaalbehandeling of extractie van de tand is noodzakelijk

Afgesleten tanden

Tanden en kiezen slijten bij het ouder worden van de hond. Deze slijtage ontstaat door het langs elkaar schrapen van de elementen bij het kauwen, maar ook door het kauwen en knagen op speeltjes, hout of stenen. Omdat het afslijten geleidelijk gebeurt wordt er voldoende dentine aangemaakt zodat de wortelholte niet open komt te liggen. De slijtage hoeft niet behandeld te worden. Ter preventie kan gekozen worden voor bijvoorbeeld gladde tennisballen die minder zand bevatten dan ruwe. Zand is namelijk een belangrijk schuurmiddel bij het ontstaan van slijtage.

Parodontitis

 Tandplak is een veel voorkomende aandoening. Tandplak is een vrij zachte laag die bestaat uit een combinatie van levende en dode bacteriën, calcium en fosfor uit het speeksel, voedselresten en water. De ruimte tussen de tand en het tandvlees is een ideale ruimte voor het verblijf en de groei van bacteriën.

 Tandplakvorming ontstaat daarom bij voorkeur langs het tandvlees, maar kan ook ontstaan op plaatsen waar de eigen natuurlijke reiniging minder is. De vorm en aanleg van de gebitselementen speelt hierbij een belangrijke rol. Ook is er een individuele aanleg voor de vorming van tandplak: het ene dier heeft er sneller last van dan het andere en ook de ernst van de gevolgen kan per dier verschillen.

 Door de ophoping van bacteriën ontstaat een ontsteking in het tandvlees (gingivitis). Tot dit moment is het proces nog reversibel: als het gebit professioneel gereinigd wordt, en daarmee de ontsteking wordt weggenomen, dan kan het tandvlees zich nog geheel herstellen

Als een tandvleesontsteking te laat ontdekt wordt kan deze zich gemakkelijk tot de diepere delen uitbreiden. We spreken dan van een parodontitis. Dit kan leiden tot weefsel- en botafbraak en het terugtrekken van het tandvlees waardoor de wortels bloot komen te liggen. Uiteindelijk verliezen de tanden en kiezen hun stevigheid in de kaak en kunnen ze uitvallen. Een parodontitis is irreversibel, dat betekent niet meer terug te draaien. Het is dus erg belangrijk om dit te voorkomen.

 Eenmaal gevormd tandsteen is niet met chemische middelen weer op te lossen: deze zouden namelijk ook de tanden oplossen! Mechanische reiniging onder verdoving is dan ook de aangewezen therapie bij tandsteen. We noemen dit een professionele gebitsreiniging.

 Het gebit wordt schoongemaakt met behulp van een ultrasoon tandenreinigingsapparaat. Door hoog frequente trillingen trilt het de tanden schoon. Nadat de tanden schoon zijn polijsten we de tanden om ze extra glad te maken en om kleine barstjes in het glazuur te sluiten.

 

Caries/ gaatjes

 

Caries of tandbederf is een proces waarbij de mineralen van het gebit in oplossing gaan en er uiteindelijk holtevorming (een gaatje) kan optreden. De volgende oorzaken spelen een rol bij het ontstaan van caries:

  • Voedsel dat zich ophoopt tussen de gebitselementen
  • Bacteriën die koolhydraten afbreken. Hierdoor ontstaat zuurvorming waardoor het glazuur van de tand kan worden aangetast
  • De vorming van de kauwvlakken
  • Onregelmatig oppervlak van het glazuur

 

Door het voedsel wat ze eten en de vorm van de kauwvlakken komt cariës bij de hond niet vaak voor. Als het optreedt is dat vaak in de molaren (grote kiezen) van boven- en onderkaak. Het ontstaat als een klein defect wat zich langzaam uit kan bereiden. Het proces kan het aangetaste element zo uithollen dat uiteindelijk een breuk in het element kan optreden. Als het wortelkanaal in het proces betrokken is kan dit leiden tot een wortelpuntabces.

Ontbrekende tanden

Indien er een ontbrekende tand wordt opgemerkt zijn er enkele mogelijkheden:

  • Er is bij de geboorte geen tand gevormd
  • Voorafgaande extractie
  • Tandfractuur met resterende wortels

Een radiografie of mondonderzoek onder anesthesie zijn aangewezen om resterende tandwortels op te speuren.

Slechte conformatie van het gebit

Je vraagt je waarschijnlijk vaak af waarop er bij elke puppyvaccinatie naar het gebit van je hond of kat gekeken word?

Het grootste deel van onze hondenrassen hebben evenals de wolf een scharend gebit. Dit betekent dat de ondersnijtanden net de achterkant van de bovensnijtanden raken en dat de onderhoektanden voor de bovenhoektanden liggen bij een gesloten bek. De kiezen van de boven- en onderkaak ‘wisselen’ elkaar af.
Bij een onderbeet zal de onderkaak een stuk langer zijn dan de bovenkaak, bij een overbeet zal de bovenkaak een stuk langer zijn dan de onderkaak. Bij zware afwijkingen kunnen de hoektanden in het tandvlees priemen mat wondes tot gevolg. Orthodontie of trekken van de tanden is dan aangewezen.

Persisterende melktanden

Persisterende melktanden zijn melktanden die aanwezig zijn na de eruptie van de overeenkomstige volwassen tand.
Indien de tanden niet zijn uitgevallen op een leeftijd van 6 maanden wordt er aangeraden de tanden te trekken daar ze een extra plaats vormen voor het ophopen van kiemen, eten en vuil met beschadiging van de aanpalende volwassen tanden.

Feline juveniele periodontitis

Juveniele periodontitis treedt op kort na de tanderuptie op een leeftijd van 6 tot 9 maanden. Vaak is hij op dit moment pijnloos voor de katten, een slechte adem is wel een veel voorkomend symptoom.

Ontsteking voorkomen is het belangrijkste, de aanhoudende ontsteking kan de tanden wel beschadigen. Een vroege en regelmatige reiniging van de tanden is essentieel in de behandeling. Gevolgd door het dagelijks poetsen van de tanden. Tanden waarbij de ontsteking te fel is of waarin het tandvlees is teruggetrokken moeten verwijderd worden.

Met een goede verzorging zal ongeveer 50% van de gevallen oplossen op een leeftijd van 2 jaar, de andere 50% behoudt chronische ontstekingen waarbij een “full mouth extraction” de beste optie is.

Gebitsproblemen door verkeerde voeding bij het konijn

Wanneer groei en slijtage van de tanden en kiezen niet in evenwicht zijn ontstaan problemen. Helaas komt dit nogal eens voor.

Konijnen hebben een ongewone calciumstofwisseling.
Wanneer een konijn voeding met te weinig calciumkrijgt (voer met gemengde granen), ontstaat er een tekort aan calcium in het bloed. Dit zal er toe leiden dat het konijn calcium uit zijn kaakbot gaat halen. Dit veroorzaakt botontkalking. Dit heet osteodystrofieof medisch niet helemaal correct “osteoporose”.

Echter een te hoog calciumgehaltein de voeding zal juist leiden tot een stijging van het gehalte in het bloed. Hierdoor ontstaat, in tegenstelling tot bij andere diersoorten, een verhoging van het calcium in de urine waardoor blaaszand of blaasstenen kunnen optreden. Geef dus nooit knaagstenen aan het konijn want deze bevatten teveel calcium!

Het is dus belangrijk om het konijn een goed uitgebalanceerd dieet te geven. Dit bestaat uit veel hooi van goede kwaliteit, groenvoer en een kleine hoeveelheid korrels. Goed voer in een goede verhouding is ook heel belangrijk voor een goede darmwerking.

Door calciumtekort ontstaan een aantal problemen zoals:

  • Afwijkende stand van de kiezen (=malocclusie), doordat de kiezen losser in het kaakbot komen te staan. Hierdoor ontstaan door afwijkende slijtage haken op de kiezen welke de tong en de wang beschadigen.
  • Afwijkende stand van de snijtanden (=malocclusie)waardoor deze niet goed op elkaar afslijten. Ze gaan in een verkeerde richting groeien en worden daardoor te lang.
  • Email-defecten van de snijtanden waardoor horizontale richels ontstaan in de snijtanden.
  • Wortels zullen in de verkeerde richting gaan groeien. Ze gaan richting het bot groeien omdat de tegendruk van het bot wegvalt (zie plaatje). Hierdoor kunnen botontstekingen/ abcessen ontstaan.
  • Er kunnen ontstekingen in de traanbuizen ontstaan, ten gevolge van de naar boven doorgroeiende wortels. Je ziet ontstoken ogen met veel ooguitvloeiing.

De behandeling bestaat uit het slijpen van de snijtanden. Dit is een methode om snijtanden die afwijkend staan in te korten. Hierbij wordt de tand met behulp van een boor met slijpschijf voorzichtig afgeslepen. Een nadeel van deze methode is dat de behandeling iedere 3 tot 6 weken herhaald dient te worden omdat de snijtanden door blijven groeien.
Deze methode is geschikt wanneer er een afwijkende stand is ten gevolge van trauma. De overgebleven tand kan dan tijdelijk ingekort worden totdat de getraumatiseerde tand teruggegroeid is.
De enige permanente oplossing bestaat uit de extractie van de snijtanden.
Dit betekent dat alle snijtanden inclusief de 2 stifttanden getrokken worden. Het konijn kan goed leven zonder snijtanden. Het kan nog groenvoer eten alleen zal dit in kleinere hapklare brokken gegeven moeten worden omdat het uiteraard niet meer kan knagen.
Wanneer er haken op de kiezen zijn ontstaan zullen deze verwijderd moeten worden omdat het zorgt voor veel ongemak voor het konijn. Haken op de kiezen van de bovenkaak steken in de wang waardoor pijnlijke en ontstoken wondjes kunnen ontstaan. Haken op de kiezen van de onderkaak geven juist wondjes in de tong.
Met behulp van een klein boortje kunnen haken op de kiezen weggeslepen worden. Het is hierbij van belang dat het slijmvlies van de bek goed beschermd wordt. Een andere methode is om met behulp van een speciale tang de haken te knippen.
Het is belangrijk om te weten dat de haken vaak terugkomen, soms al na enkele weken. Dit betekent dat bij sommige konijnen de behandeling regelmatig herhaald dient te worden.

Bij alle bovengenoemde behandelingen is het van belang om ook de achterliggende oorzaak te behandelen. Dit betekent in de meeste gevallen een aangepast dieet waarin calcium in optimale hoeveelheden in de voeding aanwezig is. Voor het dieetadvies: zie boven onder voeding.

Gebitsproblemen door andere oorzaken bij het konijn

• Trauma; wanneer de tand door trauma verloren gaat kan de tand na verloop van tijd weer teruggroeien. Echter deze kan dan verkeerd groeien waardoor een afwijkende stand ontstaat. Soms groeit de tand helemaal niet meer terug. De tegenoverliggende snijtand slijt dan niet af en zal door blijven groeien.
• Fracturen van de kaak waardoor de positie van de snijtanden veranderd is.
• Afwijkend knaaggedrag.
• Genetisch. Er komt een genetische afwijking voor bij het konijn waarbij de bovenkaak te kort is. Hierdoor lijkt het alsof de onderkaak te lang is. Op de leeftijd van 8-10 weken zien we meestal de eerste problemen ontstaan.
Bij een afwijkende stand van de snijtanden zullen meestal de bovensnijtanden naar binnen gaan groeien tot in de mondholte. Lippen, tong en gehemelte kunnen beschadigd raken en gaan ontsteken. De ondersnijtanden gaan meestal uit de bek groeien of kunnen de bovenlip raken.
Doordat de bek niet goed kan sluiten zullen ook de kiezen niet goed afslijten op elkaar waardoor hier haken kunnen ontstaan. Deze kunnen de wang en de tong beschadigen

 

gebitscontrole - sterilisatie/castratie - jaarlijkse inentingen ...

Pin It on Pinterest

Share This