De dracht

De drachtduur gemeten van het moment van dekken tot het moment van bevallen kan sterk variëren; gemiddeld Duurt de dracht 63 dagen maar dit kan variëren van 57 tot 73 dagen (veroorzaakt door de tijd dat zaadcellen en eicellen kunnen overleven rond het moment van de bevruchting). Wordt er echter gerekend vanaf het moment van de eisprong dan zal de drachttijd vrijwel altijd 63 dagen zijn (met een marge van 24 uur).
De teef zou vóór de dekking in orde moeten zijn met de vaccins. Vaccineren tijdens de eerste 3 weken dracht kan nog maar wordt daarna afgeraden tenzij er speciale vaccins gebruikt worden (zoals bijvoorbeeld een specifiek vaccin tegen herpes, speciaal ontwikkeld voor drachtige teven).
Twee weken vóór de verwachte partusdatum (datum van geboorte) is het aangeraden om de teef nog een keer te ontwormen (met producten die hiervoor geschikt zijn).
Vanaf het 3e trimester van de dracht (vanaf ongeveer dag 40) kan het voor sommige teven aan te raden zijn om de hoeveelheid voedsel te verdelen over meerdere porties per dag (omdat de pups op de maag beginnen te duwen waardoor er minder voedsel opgenomen kan worden). Het is voor de moeder ook beter om over te schakelen naar puppybrokjes (juniorbrokjes) omdat de energiedichtheid in deze brokjes hoger is (de moeder moet dus minder eten om dezelfde hoeveelheid energie binnen te krijgen). Deze puppyvoeding mag de moeder ook blijven eten tijdens de lactatieperiode (periode van het geven van melk). Calciumsupplementatie wordt afgeraden omdat dit juist de hoeveelheid actief calcium in het bloed doet afnemen.
Of je teef al dan niet zwanger is kan vastgesteld worden vanaf dag 23 (23 dagen na dekking) met behulp van ons echotoestel.

Echografie waarbij de vruchtzak (zwarte zone op de beelden) zichtbaar is. In de vruchtzak zien we de foetus liggen.

 

Echografie waarbij de vruchtzak (zwarte zone op de beelden) zichtbaar is. In de vruchtzak zien we de foetus liggen.

 

Wij raden aan om vanaf dag 44 van de dracht met behulp van een röntgenfoto vast te stellen hoeveel foeti/pups de moeder draagt. Zo wordt voorkomen dat er na de partus nog ongeboren pups achterblijven in de baarmoeder.

Een radiografie waarop 3 gezonde embryo’s aanwezig zijn; zowel de kopjes, ruggewervels, ribben en ledematen zijn zichtbaar.

 

Drachtradiogafie op een later stadium. In de baarmoeder is maar 1 pup aanwezig. De pup is redelijk groot t.o.v. het bekkenkanaal. Een preventieve keizersnede werd aangeraden.

 

Voorzie tijdens de dracht ook al zeker een ‘werpkist’. Dit moet een plaats zijn waar de moeder zich veilig voelt. Dit kan een aangekochte werpkist zijn maar u kunt ook perfect zelf een plekje in het huis afbakenen met bv planken. Zorg ervoor dat hier wat dekentjes in liggen of een mandje in ligt waar de hond graag in/op ligt zodat zij weet dat het plekje echt voor haar is. De kist moet rondom rond afgebakend zijn zodat de pups er niet uit kunnen maar de moeder wel.

Voorzie ook eventueel een warmtelamp indien de werpkist in een iets koelere omgeving plaats. Eenmaal de pups geboren zijn wordt een omgevingstemperatuur van 24ºC tot 27ºC aangeraden.

 

Een werpkist is de veilige, zuivere zone voor de pups. Een warmtelamp om de warmte te behouden is belangrijk, de temperatuur moet ten alle tijden gecontroleerd worden. Bij grotere hondenrassen worden vaak extra constructies geplaatst waar de pups onderin kunnen liggen zodat het moederdier er niet op kan gaan liggen of zitten.

Normale bevalling?

Lees meer…

gebitscontrole - sterilisatie/castratie - jaarlijkse inentingen ...

Pin It on Pinterest

Share This