De longworm

 

Een detailopname van longworm (met dank aan Bayer®)

Microscopische opname van longwormen op ware grootte. Uit: Diagnosis and risk factors of Aelurostrongymus abstrusus infections in cats from Italy, D. Traversa, RP. Lia, R. Ioro, Andrea Boari, P. Paradies, G. Capelli, S. Avolio, D. Otranto; veterinary parasitology, 183

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zowel honden als katten kunnen longwormen krijgen.

Besmettingshaarden zijn vaak regionaal, soms zelfs kennelgebonden. De infectiehaarden lijken steeds verder uit te breiden. De reden hiervoor is onbekend maar verscheidene factoren kunnen een rol spelen zoals klimaatverandering, verplaatsing van dierenpopulaties, seizoensgebonden veraderingen.

Longwormen komen voor in grote delen van Europa (Engeland, Frankrijk, Nederland).
Uit recent onderzoek van 979 geteste dieren bleken 222 van hen symptomen van een infectie met lintwormen te vertonen. Uiteindelijk was 8,6% van deze honden met symptomen positief op de parasitaire infectie..

 

De belangrijkste longwormen bij de hond en de kat

  • Aelurostrongylus abstrusus (kattenlongworm) bij de kat
  • Capillaria aerophila (Eucoleus aerophila) bij kat en hond
  • Crenosoma vulpis (vossenlongworm) bij de hond

Cyclus van de longworm

De cyclus van de longworm bij de hond (met dank aan Bayer).

Volwassen longwormen leven in de rechter kamer en longslagaderen van de hond of kat. Deze wormen leggen eitjes die via de bloedbaan terecht komen in de longen waar de larven uitkomen(de L1 larve). Deze larfjes bewegen actief naar de longblaasjes om via trilhaarsysteem naar de bovenste luchtwegen te geraken. Eens in de bovenste luchtwegen worden ze opgehoest door de hond/kat en weer ingeslikt.. Ze komen hierna met de ontlasting mee naar buiten. Wanneer deze L1 larfjes worden  opgegeten door slakken zal de larve zich ontwikkelen naar een L2 en L3 larve. Deze larven zijn besmettelijk voor honden. In de tussengastheer (de slak) kunnen de larven 2 jaar overleven. Honden raken besmet door het eten van een slak, slakkenslijm of eventueel andere dieren die een slak gegeten hebben zoals knaagdieren, kikkers, vogels, reptielen.
Na opname van de L3 larve baant deze zich een weg door de darmwand naar lokale lymfeknopen waarna ze zich verder ontwikkelen tot een L4 en daarna een L5 larve. Via de lever bloedvaten komen de L5 larven uiteindelijk in het rechter hart en longslagaderen terecht waarna ze volwassen worden en de cyclus weer overnieuw kan beginnen.

Bovenstaande foto in een coupe van de organen van een huisjesslak. De pijl duid de cysten van longwormen. Uit First record of a nematode Metastrongyloidea in Achatina fulica in Brazil, SC. Thiengo, MA. Fernandez, EJL. Torres, PM. Coelho, RM. Lanfredi, Journal of invertabrate pathology, 2007

1. Longwormen bij de kat

Voor de levenscyclus van A. abstrusus bij de kat is er een tussengastheer nodig om haar levenscyclus af te laten maken. De tussengastheer van A. abstrusus bij de kat is een landslak.

2. Longwormen bij hond en kat

  1. aerophila kan een directe levenscyclus bij de hond en de kat hebben, maar ook een indirecte levenscyclus, waarbij de regenworm als tussengastheer optreedt .

Wanneer we met de directe levenscyclus van C. aerophila te maken hebben, worden de eitjes rechtstreeks opgenomen door de eindgastheer (kat of hond) via het voedsel of het water.

Bij de indirecte levenscyclus van C. aerophila worden de eieren opgenomen door de regenworm en hierin zullen ze zich ontwikkelen tot infectieuze larven. Deze infectieuze larven worden opgenomen door de eindgastheer door het consumeren van een geïnfecteerde regenworm. Na opname van de infectieuze larven penetreren ze de dunne darm, waarna ze ook met het bloed en de lymfatische stroom naar de luchtwegen migreren

  1. aerophila is vooral een probleem bij vossen, die samen gehouden worden voor de productie van.

3. Longwormen bij de hond

Crenosoma vulpis C. vulpis heeft een indirecte levenscyclus. De tussengastheer is , net als bij A. abstrusus, een slak. De larfjes ontwikkelen zich in de landslak binnen 15 tot 20 dagen tot besmettelijke larven.

De eindgastheer van C. vulpis is de vos, maar ook de hond kan geïnfecteerd raken.

De eindgastheer zal de landslakken opeten en de L3 larven komen vrij bij de digestie. Ze migreren via lymfeklieren en de hepatische circulatie naar de longen . De larven ontwikkelen zich in de longen tot volwassen wormen in 21 dagen   De volwassen wormen van C. vulpis leven in de trachea, bronchen en bronchiolen.

Verspreiding van de verschilende soorten longwormen in Europa Uit: Canine and feline cardiopulmonary parasitic nematodes in Europe: energing and underestimated, D. Traversa, AD. Cesare, G. Conboy, Parasites and vectors 2010, 3:62

Diagnose

Het is zeer moeilijk om longworminfecties aan de hand van hun klinische symptomen te diagnosticeren in de praktijk, want ze hebben allemaal bijna of exact dezelfde klinische symptomen als andere respiratorische aandoeningen.

Dieren met klinische klachten door longwormen hebben vaak meer of minder ernstige longveranderingen. Dit is ook te zien op röntgenfoto’s van de longen.

De diagnose wordt gesteld door de larfjes van de longwormen in de ontlasting aan te tonen (Baermann methode), of de larfjes worden gevonden bij onderzoek van een longspoelsel (als er een bronchoscopie wordt gedaan). Afhankelijk van het type worm kan het 3 tot 18 weken duren voordat de besmetting voor het eerst kan worden aangetoond.

A. Geeft een laterale opname van de borstkas weer, op B is een dorsoventrale opname te zien. Beide tonen een bronchointestinale longontsteking en nodules secundair aan longwormen. Deze radiografieën werden genomen bij een kitten.Uit: Respiratory distress associated with lungworm infection in a kitten. MM. Hawley, LR. Johnson, D. traversa, D. Bucy, KM. Vernau en W. Vernau, Journal of feline medicine and surgery open reports 1-6.

Vervolgopname na weken behandeling met fenbendazole. Uit: Respiratory distress associated with lungworm infection in a kitten. MM. Hawley, LR. Johnson, D. traversa, D. Bucy, KM. Vernau en W. Vernau, Journal of feline medicine and surgery open reports 1-6.

 

Bovenstaande foto toont een BAL (broncho-alveolaire lavage) waarop een toename van ontstekingscellen, zowel neutrofielen, eosinofielen als macrofagen zichtbaar zijn. Uit: Respiratory distress associated with lungworm infection in a kitten. MM. Hawley, LR. Johnson, D. traversa, D. Bucy, KM. Vernau en W. Vernau, Journal of feline medicine and surgery open reports 1-6.

 

 

 

 

 

 

 

Bij vedere diagnose mbv een orofaryngeale swab kan een larve worden teruggevonden. Uit: Respiratory distress associated with lungworm infection in a kitten. MM. Hawley, LR. Johnson, D. traversa, D. Bucy, KM. Vernau en W. Vernau, Journal of feline medicine and surgery open reports 1-6.

Symptomen

Algemeen zien we als klinische symptomen milde ademhalingsproblemen, dyspnee, neusvloei, met open mond ademen, niezen, hoesten en zelfs sterfte.

De symptomen van de longworm kunnen enorm variëren. Er zijn verschillende gradaties van infectie. Deze zijn afhankelijk van verscheidene factoren zoals infectiedruk, locatie, gastheer gerelateerde factoren (immuunrespons, leeftijd en aanwezigheid van andere ziektes).
Milde infecties kunnen zelflimiterend zijn. Na een week ziet men de ademhalingsklachten vaak terug afnemen.
Hoe meer wormen een trektocht maken doorheen het lichaam, des te groter de schade.

Klinische symptomen zijn een het gevolg van de ontstekingsreactie op de vrijkomende larven en de migratie van de L1 larven. Wanneer de larven omhoog trekken in de bronchen, ontstaan daar letsels net zoals in de bloedvaten.
Bij zware schade in de longen kan longontsteking optreden.
Indien veel wormen in de longvaten aanwezig zijn, kunnen de longen verstoppen met hartproblemen, vermoeidheid en benauwdheid als gevolg.
Wanneer de wormen in de longen een obstructie veroorzaken kan zelfs hartfalen (tgv pulmonaire hypertensie) optreden, kan de hond/kat vermageren of in een slechte conditie geraken. Dit kan leiden tot sterfte.
Soms treden stollingsproblemen op.
De klachten zijn sterk afhankelijk van de migratie van de wormen. Indien de worm zijn oriëntatie kwijtgeraakt en in de hersen terecht komt, zal dit voor hersenproblemen zorgen.

Behandeling van longwormen

De behandeling bestaat uit een wekelijkse behandeling met Milbemax® gedurende 4 weken of het geven van een spot-on (pipetje met druppels in de nek)met imidacloprid/moxidectine (zoals Advocate®) en dit na een maand herhalen.
Een maandelijkse behandeling met Nexgard Spectra® is ook mogelijk

7-10 dagen na de behandeling kan de ontlasting opnieuw gecontroleerd worden.

Preventie

Voorkomen dat de hond of kat slakken, kikkers, muizen, vogels eet. In de praktijk is dit niet evident.
4x per jaar ontwormen met Milbemax® of Advocate® zou de kans op besmetting met longworm tot 50% reduceren.

gebitscontrole - sterilisatie/castratie - jaarlijkse inentingen ...

Pin It on Pinterest

Share This