Epilepsie bij de hond

Epilepsie is één van de meest voorkomende chronische neurologische aandoeningen. De prevalentie bedraagt 1-2%.

Epilepsie is een aandoening die zich uit in de vorm van 2 of meer spontane aanvallen met meer dan 24 uur tussen. De aanvallen ontstaan door een plotse tijdelijke verstoring van de elektrische prikkeloverdracht in de hersenen. De hond kan vallen, schokken, vreemde bewegingen maken, even afwezig zijn of buiten bewustzijn raken. Bij epilepsie is er meestal geen bepaalde aanleiding voor de toevallen en ze komen onverwacht. Opvallend is dat het vrijwel altijd binnenshuis gebeurt in de vertrouwde omgeving wanneer de hond rustig is bijvoorbeeld ’s avonds, gedurende de nacht of ’s morgens.

dap Artis

Hoe ontstaat epilepsie?

Epilepsie ontstaat wanneer er op celniveau een dysbalans optreedt tussen remmende en stimulerende processen. Deze dysbalans genereert een ontsporing van elektrische activiteit. Ten gevolge van overdreven spontane en synchrone ontladingen van een grote groep hersencellen zal een epilepsie aanval ontstaan. De plaats van ontstaan noemt men de epileptogene focus.

De oorzaak van deze ontladingen is zeer divers gaande van stofwisselingsproblemen (suikergehalte, ureumgehalte,… ) tot tumoren, ontstekingen, intoxicatie, erfelijke predilectie,…

synapsen hersenen_dapartis

Hersencellen bestaan uit een centraal cellichaam met lange vingervormig uitlopers. Op het einde van deze uitlopers gebeurt de comminicatie tussen de cellen. Het uiteind evan hersencel 1 komt via zijn zogenaamde axon in contact met hersencel 2. Deze contactplaats noemt men de synaps. Wanneer deze communicatie misloopt kan epilepsie ontstaan.

epilepsie bij de hond Dap Artis

Je huisdier doet een eerste aanval. Welke stappen onderneem je?

Als je huisdier een eerste aanval krijgt, ga je vaak enorm schrikken. Het is heel normaal dat je bezorgd of angstig bent als je hond een epileptische aanval krijgt. Om te zorgen dat de eerste epilepsieaanval van je hond minder traumatisch voor jezelf wordt, willen wij je proberen uit te leggen wat er met je hond gebeurt zodat je weet wat je moet doen om je hond te helpen.

  • Een eerst belangrijke tip : BLIJF KALM! Je huisdier heeft op het moment van de aanval geen pijn en is zich vaak niet bewust van waar hij/zij is.
  • Zorg dat je huisdier zich in een veilige omgeving bevindt. Ligt hij/zij bijv. bovenaan de trap probeer hem dan te verplaatsen of zorg ervoor dat hij niet naar beneden kan rollen.
  • Verwijder indien mogelijk dingen waar de hond tegenaan kan vallen (kabels, draden, salontafel, stoel)
  • Probeer NIET om de kop van je hond vast te houden of zijn tong uit zijn mond te trekken. Honden slikken hun tong niet in maar ze zouden je per ongeluk kunnen bijten.
  • Blijf op het moment van de aanval indien mogelijk even uit de buurt; een hond in aanval is zich niet bewust van zijn omgeving (dus ook niet van u). Uw huisdier zou u onbewust kunnen bijten of verwonden.
  • Blijf na de aanval bij je hond. Hij is immers een bepaalde tijd gedesoriënteerd.

epilepsie-bij-honden_dapartis

  • Haal andere huisdieren uit de buurt.
  • Geef je huisdier op moment van de aanval geen medicatie, voeding of drinken. Ze zouden kunnen stikken omdat hun bewustzijn niet optimaal functioneert.
  • Wanneer een aanval langer duurt dan 5 minuten of wanneer uw hond meerdere (korte) aanvallen na elkaar doet zonder tussendoor bij bewustzijn te komen dient u ons onmiddellijk te contacteren. We spreken dan van een status epilepticus. Deze vorm van epilepsie is gevaarlijk omdat de gespannen spieren warmte creeëren waardoor temperaturen tot 40°C kunnen ontstaan. Afkoeling is zeer belangrijk.
  • Noteer de tijd tussen twee aanvallen (eventueel tijd opnemen met een timer) of maak een filmpje van de aanval !
  • Wanneer je als eigenaar geconfronteerd wordt met een aanval bij je huisdier is het belangrijk te bepalen of het gaat om epilepsie of niet.
    Dit is een moeilijke stap : er bestaan immers meerdere ziektebeelden die niet onder epilepsie vallen maar toch gepaard gaan met een aanval.
    Bijgevolg is het belangrijk om ons tijdens het consult kunnen melden hoe lang de aanval duurde en welke symptomen de hond vertoonde. Ideaal tijdens ons gesprek is een filmpje van de aanval en de exacte duur van de aanval.

Er bestaat op dit moment nog geen praktsiche en makkelijk toepasbare test die epilepsie bij je huisdier kan bevestigen. Enkel voor specifieke hondenrassen zijn een aantal commercieel beschikbare gen-testen beschikbaar.
Bij enkele rassen waarbij epilepsie een genetische basis heeft kunnen er gen-testen uitgevoerd worden, bijv bij de ruwharige teckel.

Welke aandoeningen kunnen lijken op epilepsie?

  • Bewegingsstoornissen
  • Syncope: flauwvallen secundair aan een hartprobleem

Dit filmpje toont duidelijk het verschil tussen epilepsie en syncopes. Syncopes treden vaak op bij excitatie. In het filmpje is het hondje blij om de eigenaars terug te zien waardoor hij zo hard in overdrive gaat dat zijn hart niet kan volgen. Ook zeer duidelijk is dat de aanval kort is!! Even flauwvallen en terug rechtkomen.

  • Narcolepsie: onbedwingbare drang om in slaap te vallen.

Narcolepsie bij een Toypoedel. Voornamelijk uitgelokt door excitatie waardoor hij in slaap valt. Narcolepsie is zeer weinig voorkomend.

  • Kataplexie: acute verlamming van de skeletspieren

We kozen dit filmpje ondanks het maar een minimale aanval van kataplexie is. Door de verlamming ga je vaak honden in zijdelingse positie zien liggen. Bij deze hond zie je hoe zijn voorpoten plots verlammen tijdens het wandelen en weer normaliseren enkele secondes later.

De 3 fases van een epileptische aanval

  • de prodroom fase – gedragsverandering van je hond vóór de aanval
  • de aanval
  • de postictische fase – veranderingen van je hond na de aanval

De prodroom (ook wel vóórfase of pre-ictale fase genoemd)

Niet bij alle honden is deze fase even duidelijk. Soms ondergaat je huisdier enkele aanvallen eer we als eigenaar merken dat het hier gaat om een mogelijke epilepsieaanval. Eenmaal we doorhebben dat onze hond de prodroom fase doormaakt, kunnen we reageren door de hond naar een veilige zone te brengen.
In de meeste gevallen betreft het een korte fase, toch kan ze enkele uren tot enkele dagen in beslag nemen.

Symptomen die kunnen optreden

  • Verstopgedrag
  • Huilen
  • Onrustig worden
  • Zenuwachtig gedrag (bv veel kwijlen)
  • Verdwaasde blik in de ogen

 

Dit filmpje toont aan hoe een hond zich vaak gedraagt voorafgaand aan de aanval.

De aanval (de ictus)

Een aanval kan zich op veel verschillende manieren voordoen. We delen de soort in een gegeneraliseerde of een partiële aanval. De aanval op zich is zeer kort (1-3 minuten)

Gegeneraliseerde aanval

Bij een gegeneraliseerde vorm zien we symmetrische patronen daar de elektrische prikkel zich over de volledige hersenen verspreidt. Vaak is het volledige lichaam betrokken, gekenmerkt door verkrampte spieren.
Klassieke gegeneraliseerde epilepsieaanvallen waarbij de tijdsduur en/of de presentatie afwijkend verlopen zijn de clustering en de status epilepticus.

Clustering 

Hier treden meerdere epilepsieaanvallen op binnen een kortere tijd (minuten tot uren). Deze soort aanval zien we heel vaak bij de Border Collie.

Status Epilepticus

Dit is de ergste vorm van epilepsie. Hier moet onmiddellijk ingegrepen worden. Je huisdier krijgt de ene aanval na de andere zonder een periode van normaal bewustzijn en deze duurt langer dan 5 minuten.

Symptomen van een gegeneraliseerde aanval

  • stijve poten
  • kop naar achteren gestrekt
  • omvallen
  • verlies van bewustzijn
  • klapperen met de kaken
  • schuimbekken
  • janken, piepen
  • hevige krampen over het hele lichaam
  • spierspasmen, fietsbewegingen met de poten
  • kwijlen
  • onbewust plassen en stoelgang maken

Dit filmpje toont een typerende aanval van epilepsie. Op het einde zie je hoe de patiënt stilaan terug bij bewustzijn raakt maar nog verward wegwandelt.

Partiële aanval

Bij een partiële aanval beperkt de prikkel zich tot een deel van de hersenen. Vaak is er asymmetrie in de aanval en zeer subtiele vormen zijn zichtbaar. Partiële aanvallen ontstaan vanuit een specifiek, focaal gebied in de hersenen (epileptogene focus). De klinische symptomen zijn een uiting van het aangetaste hersendeel en kunnen er heel variabel uitzien.

Symptomen

  • Trillend ooglid of bovenlip
  • Abnormaal gedrag (happen naar denkbeeldige vlieg of agressie)
  • Trillende poot

Tijdens deze partiële aanvallen kunnen de honden zich nog bewust zijn van hun omgeving. Een partiële aanval kan ook een begin zijn en overgaan in gegeneraliseerde aanvallen.

(eventueel filmpje Toby-Didden)

De nafase (ook wel post-ictische fase genoemd)

Tijdens deze fase zijn honden vaak niet helemaal zichzelf; ze zijn onrustig of juist erg kalm. Vaak duurt deze nafase maar even (15 tot 30 minuten) maar het kan bij sommige honden tot
24 uur duren. Je kan deze fase het best vergelijken met slaapwandelen. Het bewustzijn is nog steeds verminderd, het piepen of angstig gedrag kan je dan vergelijken met een nachtmerrie.
Je huisdier lijdt niet in deze fase en vergeet zowel dit gedeelte als de volledige aanval. Voor de eigenaar is deze fase meestal wel het moeilijkste omdat je je huisdier wilt helpen maar dit niet lukt.

Symptomen die vaak worden opgemerkt zijn

  • Desoriëntatie
  • Abnormaal gedrag
  • Moeilijk bewegen
  • Extreme honger en dorst
  • Tijdelijke blindheid of doofheid

Oorzaken van epilepsie

Epilepsie kan worden ingedeeld naargelang de oorzaak in primaire, idiopathische epilepsie (geen onderliggende oorzaak) en secundaire epilepsie (wel een onderliggende oorzaak). Secundaire epilepsie kan verder worden ingedeeld in symptomatische epilepsie (ten gevolge van een intracraniële oorzaak) en reactieve epilepsie (ten gevolge van een extracraniale oorzaak zijnde een metabool probleem of intoxicatie).

Primaire epilepsie of idiopatische epilepsie

Een functioneel probleem van de hersencellen ligt aan de basis van de aanvallen. We zullen op een MRI scan geen onderliggende oorzaak vinden.
Cruciaal in de anamnese is de leeftijd van de hond op het moment van de eerste aanval. Bij primaire epilepsie wordt de eerste aanval meestal gezien tussen de leeftijd van 6 maanden en 6 jaar. De primaire is de meest voorkomende epilepsievorm.
Primaire epilepsie kan in theorie bij elk ras worden gezien, maar bepaalde rassen hebben een familiale of zelfs erfelijke predispositie voor primaire epilepsie (oa. Border collie, beagle, golden retriever, labrador retriever,…)
De aanval vindt plaats wanneer de hond in rust is. Omdat er geen onderliggende oorzaak is die voor andere klachten zorgt zijn de honden tussen de aanvallen door volledig normaal.
Deze vorm van epilepsie heeft meer risico op het ontwikkelen van clusters.

De diagnose van idiopatische epilepsie

Heeft uw hond 2 of meerdere spontane aanvallen met meer dan 24 uur tussen, is hij/zij tussen de 6 maanden en 6 jaar oud dan wordt de kans op een idiopathische vorm al groot.

De diagnose wordt NIET tijdens een aanval gesteld en loopt als volgt :

  • Anamnese van de eigenaar. Als dierenarts moet men verdergaan op het verhaal van de eigenaar, belangrijke details kunnen dus verloren gaan. Bovendien kunnen aanvallen gemist worden. Een videofilmpje kan dus zeer waardevolle informatie opleveren evenals de exacte duur van een aanval en de intervallen.
  • Grondig algemeen klinisch onderzoek.
  • Neurologisch onderzoek : verschillende reflextesten en houdingsreacties worden gecontroleerd.
  • Bloed- en urineonderzoek.
  • Thoraxfoto en buikecho om tumoren en andere onregelmatigheden uit te sluiten.

Ideaal gezien zou bij elke epilepsiepatiënt een MRI (en CT) scan van de hersenen moeten uitgevoerd worden gecombineerd met het nemen van hersenvocht. Omwille van de kostprijs worden deze onderzoeken vaak enkel uitgevoerd indien er een sterk vermoeden is van een onderliggende oorzaak. De diagnose van primaire epilepsie is dus het gevolg van uitsluiting van alle andere oorzaken. Een behandeling kan gestart worden.

Secundaire epilepsie

Hier treden de aanvallen op ten gevolge van een onderliggende oorzaak. Deze vorm wordt gezien bij zeer jonge honden (jonger dan 6 maanden ) en oudere patiënten (ouder dan 6 jaar).

  • Wanneer de oorzaak zich binnen de schedel bevindt (intracraniaal) spreken we van structurele epilepsie.
    Zoals de naam doet vermoeden ligt de oorzaak bij een verandering in de structuur van de hersenen : een tumoraal proces, ontsteking, aangeboren afwijking (bv hydrocefalus of waterhoofd), trauma, infectie,..
    Wanneer we bij deze vorm een neurologisch onderzoek uitvoeren zal deze abnormaal zijn. Bij vele aandoeningen is er een (milde) vorm van asymmetrie (abnormaal aan de aangetaste kant) op te merken.
    Zo kunnen er unilaterale blindheid, cirkelgang of gestoorde neurologische reflexen aan één zijde van het lichaam optreden.

Een MRI opname van een hersentumor

  • Wanneer de oorzaak zich buiten de schedel bevindt (extracraniaal) spreken we van een reactieve vorm.
    Dit wilt zeggen dat de oorzaak gelegen is elders in het lichaam. Een metabole of toxische oorzaak komen het meest voor. Leveraandoeningen, nierproblemen, intoxicaties , laag bloedsuikergehalte, calciumtekort, zuurstofgebrek, trombose,… liggen aan de oorzaak. Zo zien we bij levershunts vaak aanvallen doordat er een te hoog ureum gehalte in de bloedbaan komt. Aangezien deze aandoeningen meesal niet enkel tot epilepsie leiden zullen naast de aanvallen ook andere symptomen zichtbaar zijn (braken, abnormaal gedrag, diarree,…).
    Deze aanvallen zullen spontaan verdwijnen wanneer de initiële oorzaak wordt opgelost.

Samengevat : meest voorkomende kenmerken van epilepsie die een eigenaar kan vaststellen bij zijn huisdier.

  • Kwijlen, urineren, defeceren
  • Korte duur (1-2 min)
  • De voor-en nafase van de aanval herkennen
  • Tijdens de aanval het verlies of vermindering van bewustzijn
  • Meestal optredend in rust of slaap
  • De aanval is niet te onderbreken
  • Vaak gezichtstrekkingen bij het begin van de aanval

De behandeling van epilepsie

Primaire epilepsie genezen is niet mogelijk, de aanvallen in ernst en frequentie behandelen wel. Daarom gaan we eerst proberen te monitoren hoeveel tijd er tussen aanvallen zit. Wanneer de frequentie zich beperkt tot 1 of enkele per jaar en de aanvallen beperkt zijn heeft medicatie weinig nut.
Secundaire epilepsie genezen is vaak mogelijk indien de onderliggende oorzaak behandeld kan worden.

Waarom starten we met medicatie?

  • De pre- en postictale fase is vaak stresserend voor hond en mens. Om deze stressfactor zo klein mogelijk te houden kan er gestart worden met medicatie.
  • Optimalisatie van de levenskwaliteit van hond en eigenaar
  • Ontwikkelen van refractaire epilepsie (epilepsie die niet onder controle kan gebracht worden met 2 of meer geneesmiddelen) voorkomen. Refractaire epilepsie treedt op wanneer epilepsie langdurig onbehandeld blijft, een plots toenemen van ernst en frequentie van de aanvallen wordt opgemerkt.

Wanneer starten we met de behandeling?

  • Wanneer 2 of meer aanvallen optreden binnen een periode van 6 maanden
  • Bij een status epilepticus of clusters
  • Wanneer de postictale fase te ernstig of langdurig is
  • Wanneer de aanvalsfrequentie of –duur te snel toeneemt

Studies geven aan dat een vroegtijdige start van de behandeling een betere therapie op lange termijn garandeert.

Welke medicatie bestaat er?

  • Pexion
  • Fenoleptil
  • Kaliumbromide
  • Keppra

Pexion en fenoleptil zijn de eerste keuze therapie bij enkelvoudige gegeneraliseerd aanvallen. Bij clusters of andere vormen start men best met de behandeling van fenoleptil.

Wanneer de behandeling niet succesvol is of de nevenwerkingen te ernstig zijn, is veranderen van anti-epileptica of combitherapie noodzakelijk..

Wanneer spreken we van een succesvolle behandeling?

  • Aanvalsvrije patiënt
  • Fase tussen de epilepsie van 3 maanden
  • Frequentiedaling van 50%
  • Vermindering van Clusters/ status epilepticus

Een onvoldoende gecontroleerde vorm van epileptie bij te lage medicatiedosering geeft meer aanleiding tot de vorming van Clusters.
Epilepsie een complexe aandoening. Vooral het stellen van de diagnose en het behandelen van deze aandoening gaan gepaard met uitdagingen.

Prognose

Veel dieren hebben in aanval-vrije periodes een normaal en goed leven.

De prognose is wel sterk afhankelijk van:

  • De vorm van epilepsie
  • Frequente van aanvallen
  • Leeftijd waarop de eerst aanval optreedt

Af en toe gebeurt het dat dieren met ernstige epilepsie niet voldoende reageren op medicatie. Jammer genoeg zullen zij ingeslapen worden om te voorkomen dat zij teveel lijden.
Ras en individu hebben invloed op de prognose. Border Collies en Rottweilers met epilepsie zijn gevoelig voor een ernstige vorm met vaker clusters. Daarenboven reageren zij vaak niet goed op de medicatie.
Wanneer we te maken hebben met secundaire epilepsie is de prognose afhankelijk van de onderliggende oorzaak.
Indien intoxicatie de oorzaak blijkt van epilepsie, zal de aard en de concentratie van het gif bepalend zijn.

Wanneer neem ik contact op met mijn dierenarts?

  • Bij een aanval die langer dan 10 minuten duurt.
  • Cluster/ status epilepticus.
  • Een zieke pup (< 6 maanden) of zwanger dier.
  • Wanneer een aanval optreedt bij een zogende moeder.
  • Wanneer een aanval optreedt vlak na een operatie.

Fokken met een hond met epilepsie

Honden met epilepsie kunnen best uitgesloten worden voor de fok, net zoals hun directe familieleden. Bovenstaand gaven we al even aan welke rassen specifieke gevoeligheid hebben.

Genetische testen bij de rassen die een familiale of genetische basis van epilepsie hebben :

Ruwharige dwergteckel, Basset en Beagle
Bij deze rassen komt een bijzondere vorm van epilepsie voor namelijk progressieve myoclonische epilepsie, ook gekend met de afkoring PME.
Humaan is er een vergelijkbare aandoening: de ziekte van Lafora bij kinderen met een leeftijd van 8-18 jaar.
PME wordt gekenmerkt door ongecontroleerde spiercontracties over het hele lichaam. Vaak gaat het gepaard met een achteruitgeslagen hoofd. De eerste verschijnselen treden op bij een hond van middelbare leeftijd (6-9 jaar)
Voor de ruwharige teckel en de Basset kan PME vastgesteld worden ahv een DNA-test.

Italiaanse truffelhond (Lagotto Romagnolo)
Bij de Lagotto treedt epilepsie op zeer jonge leeftijd op en verdwijnen de symptomen weer rond de leeftijd van 4 maanden. De mutatie kan ahv een DNA-test in Finland bepaald worden.

Poedel
Bij de poedel bestaat er een autosomaal recessief overdraagbare aandoening genaamd Neonatale encefalopathie die autosomaal recessief overerft. Autosomaal recessief wilt zeggen dat er symptomen zichtbaar zijn bij een puppy die 2 gemuteerde genen heeft. Een drager zal geen symptomen vertonen en is toegestaan bij de fok zolang hij/zij gekruist wordt met een niet drager!
Aangetaste dieren zullen maar een korte levensduur hebben en overlijden rond de 3-5 weken ouderdom.

Border Collie
Bij Border Collies heeft epilepsie vaak een ernstig verloop met clusters en aanvallen. Daar de medicatie ook minder impact heeft is de prognose duidelijk slechter dan bij andere hondenrassen.

Belgische herdershond, golden- en labrador retriever, border collie, Ierse wolfshond, Engelse springer
Van deze rassen weet men dat er een genetische overerfbaarheid is maar men kent het oorzakelijk gen nog niet. Recentelijk werd nog een grootschalig onderzoek gedaan naar het oorzakelijk gen bij de Drentse patrijshond. Hierbij komt epilepsie ook zeer frequent voor, niet te verwonderen aangezien de genenpool heel klein is. De Drenten zijn voor 46% genetisch aan elkaar gelinkt.
Dit roept uiteraard vragen op hoe goed we als fokkers bezig zijn. Een positieve nood is dat zowel de fokvereniging van de Drentse patrijshond en het Kooikerhondje een fokreglement hanteren om epilepsie terug te dringen en hopelijk ooit te elimineren.

Belgische herdershond en de Terveurense herders
Bij Belgische herdershond zien we de aanval meestal optreden rond de 4 jaar. Meestal heeft de aanval een focaal (partieel) verloop. Bij de Terveurense herder begint de aanval al maar gaan ze geleidelijk over in een meer gegeneraliseerd verloop.

Epilepsie bij de kat

Epilepsie komt minder voor bij de kat.

Fundamentele verschillen tussen epilepsie bij hond en kat :

  • Bij de kat zijn aanvallen vaak erg atypisch en variabel. Hierdoor is het nog moeilijker een epilepsieaanval te herkennen.
  • Ook bij katten is er een opsplitsing tussen de primaire en secundaire vorm. Katten met idiopatische vormen zijn gemiddeld jonger (5-5 jaar) dan katten met secundaire vormen (8,5jaar). Idiopatische vormen zijn minder frequent voorkomend dan bij de hond.

Een lange termijn behandeling wordt aangeraden bij:

  • Structurele oorzaken in de hersenen
  • Status epilepticus
  • Het voorkomen van 2 of meer aanvallen binnen een periode van 6 weken
  • Het voorkomen van 2 of meer clusters binnen een periode van 8 weken.
  • Wanneer een 1e aanvaal optreedt binnen één week na een hoofdtrauma.
  • Medicatie kan levenslang gegeven worden maar bij een aanvalsvrije periode van
    6- 24 maanden kan men proberen om de medicatie af te bouwen

Een verschil in toxiciteit in medicatie tov de hond:

  • Eerste keuze preparaat is fenobarbital.
  • Kaliumbromide is toxisch voor katten.
  • Valium per os kan leverfalen veroorzaken.
  • Gebruik van Pexion werd nog niet onderzocht.
  • Prognose bij katten met idiopatische epilepsie is goed, 50-80% van de katten heeft een goede aanvalscontrole mits de correcte behandeling.
gebitscontrole - sterilisatie/castratie - jaarlijkse inentingen ...

Pin It on Pinterest

Share This