De meest voorkomede gedragsproblemen:

  • Blaffen
  • Onzindelijk
  • Angst
  • Agressie kinderen/mensen/honden/andere dieren/objecten
  • Jachtdrift
  • Verlatingsangst of niet alleen kunnen zijn
  • Trekken aan de lijn
  • Niet komen als je roept
  • Er wordt een baby verwacht : wat nu?
  • Eten van voorwerpen
  • Eten van ontlasting
  • Dingen pikken en niet terug brengen/kapot bijten
  • Stress in de auto
  • Ongehoorzaamheid
  • Overmatig likken
  • Staart jagen
  • Hypergedrag
  • ….

Meerdere oorzaken die kunnen leiden tot het optreden van gedragsproblemen:

1. Predispositie of erfelijke aanleg bv angst, agressie, prikkelbaarheid

Het karakter van de hond wordt bepaald door 2 factoren: de genen die hij/zij van de ouders meekrijgt en de omgevingsfactoren of maw de opvoeding en prikkels waaraan de pup wordt blootgesteld. In de natuur staat de reu meestal enkel in voor de overdracht van de genen en zal de teef verantwoordelijk zijn voor de opvoeding. In het dagelijks leven is de mens verantwoordelijk voor zowel de genen als voor de omgeving.
Wanneer we de geschiedenis van hondenrassen bekijken zien we dat de kenmerken van eenzelfde ras enorm veranderd zijn door de jaren heen. Hiervoor is de mens verantwoordelijk. Immers, we willen rassen met kortere snoetjes, grotere honden,….. De laatste tijd zie je dat ‘de eeuwige puppy’ enorm in trek is. Denk maar aan een pomsky (kruising tussen stoere Husky en lieve pomperiaan). Om dit te bekomen gaan we bepaalde genen enorm versterken en uitprojecteren.

De bullterriër

Dit is hoe hondenrassen zijn geëvolueerd over 100 jaar.

De Engelse Bulldog (zelfde referentie als boven)

Pomeriaan

Husky

Pomeriaan gekruist met een Husky = Pomsky

De mens beïnvloedt niet alleen de uiterlijke kenmerken van een ras maar wij trachten ook het karakter van een hond te veranderen zodat de hond aan onze verwachtingen kan voldoen wat betreft taken en functies. Een goed voorbeeld is een aggressieve teef laten dekken door een aggressieve reu om zo een sterke “vechthond” te bekomen.
Daar een eigenaar ook instaat voor de opvoeding van zijn hond, is de combinatie fok/opvoeding zeer bepalend voor het gedrag van het dier. Zo zal een genetisch agressieve hond die terecht komt in een goede omgeving en dus een goede en correcte opvoeding krijgt, zelden agressief uit de hoek komen. Zal diezelfde hond bij een eigenaar terechtkomen die van hem/haar verwacht dat hij zijn baasje en ook het territorium ten alle prijze verdedigt dan is de kans op extreme agressiviteit veel groter.

2. Lichamelijke of medische oorzaken

Alvorens je het gedrag van je huisdier klasseert onder “gedragsprobleem” of “agressief” is het zeer belangrijk om eerst alle medische en lichamelijke oorzaken uit te sluiten.
Een dier dat pijn lijdt zal liever met rust gelaten worden en kan wel eens agressief uit de hoek komen wanneer je hem aanhaalt. Of een dier pijn lijdt is niet altijd duidelijk : een gebroken poot zal gemakkelijk opgemerkt worden doordat de hond gaat manken. Rugpijn of slechte heupen geven soms zeer vage klachten waardoor ze niet altijd onmiddellijk zichtbaar zijn voor de eigenaar of dierenarts.

Uit: How to diagnose back problems in Dachshunds; wikihow; expert revieuw by Pippa Elliot MRCVS.

Het is dus zeer belangrijk om alvorens een gedragstherapeut te raadplegen, het gedrag van je hond te bespreken met je dierenarts.

3. Mismatching

Bij “mismatching” komt de verkeerde hond bij de verkeerde baas.
Stel bijvoorbeeld dat een angstige hond bij een “macho” eigenaar terechtkomt. De eigenaar zal verwachten dat zijn hond stoer, sterk en soms zelfs ‘gecontroleerd’ agressief optreedt en zal de hond ook op deze manier opvoeden, vaak betekent dit met de harde hand.
Een angstige hond zal deze manier van opvoeden niet aankunnen en al snel gedragsproblemen (zoals angstagressie) vertonen, soms al op jonge leeftijd.
Een andere vorm van mismatch is een border collie plaatsen bij een ouder koppel op een appartement. Een border collie heeft immers veel ruimte en veel beweging nodig. Zoniet zullen ze vaak stereotypieën ontwikkelen : repetetieve gedragingen om zich bezig te houden en met verveling en frustratie om te gaan. Voorbeelden van stereotypieën zijn startbijten, ijsberen aan ramen,…

4. Relatie

In de natuur leeft een hond in een groep die we “de roedel” noemen. Elke roedel heeft een roedelleider “de alfahond”. Deze leider “eist” als eerste én het beste voedsel, zal op een hoog strategische plaats slapen zodat hij zijn territorium in het oog kan houden; alsook de roedeldieren te beschermen, hij wordt door alle andere honden van de roedel gerespecteerd.
In een gezin is de familie de roedel van de hond. De rangorde in deze roedel is dus zeer belangrijk : eerst de eigenaar, dan zijn hond. De meeste honden hebben weinig moeite met hun lagere positie in uw roedel, zij doen meestal met plezier wat u van hen verlangt mits zij een degelijke leiding en opvoeding krijgen. Het baasje neemt de rol van “alfa” op zich en de hond zal als ondergeschikte naar zijn baas luisteren.
Wanneer de sociale rangorde echter niet wordt gerespecteerd en de hond zich alfa gaat voelen, eigent hij zich het recht toe de mensen te corrigeren. De hond heeft dan de beste plaats in huis, alle speeltjes zijn van hem, hij beslist wie binnenkomt, hij bepaalt waar iedereen gaat zitten……Wanneer zijn gezin niet op zijn wensen ingaat kan hij wel eens gevaarlijk uithalen of zelfs bijten. Zulke situaties zijn ernstig en moeilijk omkeerbaar. Voorkomen is beter dan genezen.
Kinderen zijn nog niet in staat om een hond op de juiste manier te corrigeren. Zij moeten dus goed door hun ouders worden bijgestaan. Kinderen die angst hebben van een hond zijn tikkende tijdbommen. Een hond en zelfs een kat voelt de angst zeer duidelijk en gaan deze misbruiken.

5. Socialisatiefouten

De socialisatieperiode is zeer belangrijk voor de pups. Ze maken kennis met alles en iedereen en ze zijn onderzoekend en nieuwsgierig. In deze periode moeten de hondjes met zoveel mogelijk mensen en dieren in contact komen. Zij leren reageren op allerlei prikkels zoals lawaai van auto’s, apparaten, ze gaan al eens naar de dierenarts enz.
Deze periode moet rustig gebeuren. U merkt snel genoeg of uw hondje angstig of nieuwsgierig is. Indien uw pup angstig is, negeer hem en troost hem niet want dit versterkt zijn angst. Breng de pup later opnieuw in contact met deze priklkel en na een paar keren zal de hond de prikkel als normaal gaan beschouwen en niet meer angstig zijn.

Toch ondervinden velen onder ons problemern met de socialisatieperiode of verloopt deze periode niet zoals het hoort.
Steek je je hond 8-9 uren per dag in een donker afgelegen hok dan kan je er bijna zeker van zijn dat je hond problemen gaat ondervinden. Deze honden zijn vaak bang voor alles wat beweegt of geluid maakt.

Ik haal een veel gemaakte fout aan waarmee wij als dierenartsen dagdagelijks geconfronteerd worden :
Pupjes komen op 6, 9 en 12 weken bij ons terecht om gevaccineerd te worden.
Wij nemen onze tijd voor deze consultaties. Wij gaan de hondjes lekker laten rondsnuffelen terwijl we bij de eigenaar horen of alles in orde is.
Daarna volgt een onderzoekje op tafel. Voor sommige pups is deze drempel al zeer hoog : tanden laten kijken, oren worden bekeken of zuiver gemaakt, nageltjes worden geknipt, de vaccinatiespuitjes worden gezet.
Dit ene consult kan er voor sommige angstige pups al voor zorgen dat zij een grote hekel aan de dierenarts en zijn omgeving ontwikkelen en voor de rest van hun leven angst hebben om naar de dierenarts te gaan.
Daarom adviseren wij om samen met uw pup (een paar keer) langs te komen voor een puppyconsult. De pup kan dan wat rondlopen, wordt even op tafel gezet en afhankelijk van het type hond zullen bepaalde onderzoekjes gedaan worden in spelvorm. De vaccinaties gebeuren dan op een later tijdstip.

 dap-artisEen commando wordt netjes beloond met snoepje.[/caption]

Opvoeding

dap-artis

Handsignaal

Een socialisatie met andere diersoorten

Socialisatie in verschillende winkels

6. Conditioneringsfouten

Conditionering is het leerproces dat dat we gebruiken om honden en katten een gedrag aan te leren. Conditionering betekent dat je hond een commando gaat associëren met een beloning. Je geeft je hond een commando en combineert dit met een snoepje. Zodra je hond het commando kent kan je het snoepje af en toe weglaten en uiteindelijk helemaal niet meer geven. Op deze manier gaat je hond uiteindelijk het commando uitvoeren ook al volgt er geen beloning. Af en toe kan je hem eens lekker verwennen.
Wat gebeurt er als je huisdieren hebt en je maakt de koelkast waar het voer in staat open? Juist! De dieren gaan kwijlen. Ze hebben het geluid van de deur van de koekast geassociëerd met het krijgen van voedsel.

Soms worden gedragingen van pups aanvaard maar als je huisdier volwassen is ga je dat gedrag irritant vinden. Een pupje dat rijdt op zijn beren wordt vaak als schattig beschouwd. Wanneer je volwassen hond op de benen van bezoekers rijdt blijkt dit minder leuk.

7. Traumatische ervaringen

Net als de mens kan de hond een trauma overhouden aan negatieve ervaringen die hij als pup ervaren heeft.

Enkel voorbeelden:
Als een hond ooit gekrabt werd door een kat kan dit tot angst lijden en gaat hij hevig reageren als hij later een kat ziet.
Een pup die van de trap valt en zich bezeert kan hierdoor een panische angst voor trappen ontwikkelen.
Sla je je huisdier met een stok zie je vaak dat deze achteraf al ineen krimpt als je nog maar een stok vastneemt.

8. Overname van gedrag of stemming van de baas

Net zoals kinderen nemen honden en katten gedragingen en stemmingen over van hun baas. Zij voelen deze dingen namelijk aan, en nee je kan niet doen alsof.
Als de eigenaar van de hond bang is van onweer en de hond merkt dit dan zal hij dit angstgedrag overnemen. Indien de hond sowieso al bang was voor onweer, dan bevestigt de angst van zijn baasje zijn angst.
Ook in agressieverhalen komt dit vaak terug. Heb jij een wrok tegen je buurman dan blijkt de klik tussen de buurhonden ook slecht te zijn.
Bij partnerruzies zien we vaak dat de hond partij kiest voor zijn baasje (diegene die met hem gaat wandelen, die hem eten geeft…). Wanneer de hond denkt of ervaart dat zijn baasje in gevaar is kan hij wel eens gevaarlijk uithalen naar de andere partner.
De gevoeligheid van een hond voor de stemming van zijn baasje kan ook positief zijn.
Hoeveel mensen zoeken steun bij hun huisdier bij verdriet ? Onze huisdieren voelen dat wij verdrietig zijn en zullen er alles aan doen om ons beter te laten voelen. Veel honden komen hun baasje troosten als deze ongelukkig is.

Vuurwerkangst kan aangewakkerd of overgenomen worden door de mens.

Lees ook onze vuurwerkcase.

9. Voeding

Een verkeerde of onvolledige voeding kan het gedrag van de hond ook beïnvloeden. Een hond die voeding krijgt met te veel kleurstoffen of bewaarmiddelen kan overactief worden en moeilijker reageren op commando’s. Ook teveel suikers in de voeding kunnen leiden tot hyperactief gedrag. Wannneer je hond allergisch is aan bewaarmiddelen of bepaalde voedingsstoffen krijgen ze soms jeuk waardoor irritatie of agressie gemakkelijker optreedt.

10. Jacht

Jachthonden hebben een groot jachtinstinct en men vindt het normaal dat deze honden gaan jagen. Maar er zijn ook andere rassen zoals beagles en labradors die jachtgedrag vertonen.
Jacht is dus een natuurlijk gedrag dat soms gewoon als een probleem gezien wordt. Indien de hond jaagt op roedelgenoten is er echter wel een fout in de sociale rangorde.

12. Conditioneren i.p.v. opvoeden

Een hond kunstjes leren is leuk, maar een goede opvoeding is veel belangrijker.
Het is heel fijn als je hond commando’s zoals zit, blijf, pootje,..kent. Deze commando’s betekenen echter weinig wanneer je huisdier de algemene opvoeding mist. De hond moet weten waar zijn plaats in de roedel is. Hij moet ook weten wat kan en niet kan en daarom moet men zeer consequent zijn in de opvoeding. Hij moet ook weten dat hij moet luisteren of er nu een beloning volgt of niet.

13. Sociale interactie tussen mens en dier

Een hond is zoals hierboven al vermeld een roedeldier. Een mens is een sociaal wezen. Zowel mens als hond hebben behoefte aan sociaal contact. Een huisdier heeft veel nood aan verzorging, liefde, warmte, knuffels. Hoe meer aandacht en affectie een hond krijgt hoe groter zijn respect voor zijn baas. Vaak is er maar 1 hond aanwezig in het gezin wat maakt dat wij als mens de roedel moeten “opvangen” en als alfa fungeren. Wij bepalen wanneer hij/zij iets krijgt of wat de hond mag. Let op voor verwennerij…..dit kan leiden tot overgewicht of wijziging in de sociale rangorde.

14. Mis begrijpen van lichaamstaal (kwispelen, …)

Honden en katten hebben hun eigen taal. De lichaamstaal van een hond wordt beïnvloed door de staart, oren, neus, ogen, vacht en houding van zijn lichaam. Er zijn verschillende houdingen en zij hebben elk op hun beurt een andere betekenis. De stand van de oren en staart dient om informatie over te brengen : omhoog staat voor interesse, zelfverzekerdheid, omlaag staat voor onzekerheid, angnst of agresseie. De kunst is om de lichaamstaal van je huisdier te leren begrijpen. Hoeveel honden-en kattenfluisteraars proberen de lichaamstaal van een hond elk op hun manier te interpreteren ?

Bekijk eens het kwispelen van een hond : de blijde kwispel, de voorzichtige kwispel….
Interpreteer je het “kwispelen” altijd als blij kan je wel eens in een vervelende situatie terecht komen.

Uitbreiding van de meest voorkomende gedragsproblemen

1. Agressie

Agressie kan onderverdeeld worden in 13 vormen. Hieronder worden ze opgesomd maar wij gaan enkel de meest voorkomende bespreken.

  • Dominatie
  • Angstagressie
  • Maternale agressie
  • Spelagressie
  • Pijnagressie
  • Territoriale agressie
  • Protectieve agressie
  • Intraspecifieke agressie
  • Voedselagressie
  • Possessieve agressie
  • Omgerichte agressie
  • Prooiagressie
  • Idiopatische agressie

Dominantieagressie

Deze vorm van agressie treedt meestal op rond de leeftijd van 18-24 maanden (de maturiteit). Dit is ook de leeftijd waarop bij je huisdier fobieën, verlatingssangst en andere angstaandoeningen zichtbaar worden.
Vaak wordt een hond die agressief reageert naar andere honden bestempeld als dominant-agressief. Dominantagressie komt echter altijd voor in het eigen gezin. Naar andere mensen die de hond nog niet kent, laat hij normaal gedrag zien. Iemand die vaak op bezoek komt bij het gezin en dus gekend is door de hond kan ook last krijgen van het onvoorspelbare gedrag van de hond.
Problemen treden op bij eten, spel, slapen gaan,… De hond reageert onvoorspelbaar en met onredelijk gedrag naar mensen die tot het gezin horen. Zij mogen bv niet meer opstaan, niet naar de keuken gaan,…Vaak zien we ook agressief gedrag wanneer we langs de hond moeten en hem even op zij duwen als hij in de weg staat of als hij met zijn speeltjes speelt.

De oorzaak van het agressief gedrag kan dubbel zijn:

  • ofwel denkt de hond dat hij bovenaan de sociale rangorde staat en eist hij zijn plaats op
  • ofwel is de hond onzeker over zijn sociale rol. Hij gaat ahv agressief gedrag polsen naar zijn positie in het gezin. Deze groep van honden toont vaak aandacht zoekende gedragingen.

Dominantieagressie kan voorkomen bij alle hondenrassen. Uit verscheidene onderzoeken blijkt dat je huisdier privileges geven zoals in bed slapen, op de zetel liggen enz. geen uitlokkende factoren zijn voor dominantieagressie. Men stelde wel vast dat honden die vaak gestraft worden (als vorm van opvoeding) en een zeer strenge opvoeding krijgen waardoor zij angstig worden, vaker dominantagressie ontwikkelen. De hond straffen omdat hij angstig is (vaak met pijn) verergert de agressie. Zij verliezen het vertrouwen in hun baas en bijten van zich af. Euthanasie is hier de enige oplossing.

 

 

Angstagressie

Bijten, grommen, kwijlen, toegenomen hartritme, beven, toegenomen ademhalingsfrequentie, urineren kunnen tekenen zijn van angstagressie. Deze tekenen kunnen gepaard gaan met vluchtgedrag, verlagen van de kop, staart tussen de poten steken, oren achteruit leggen, tanden tonen.

Je kan de angstagressie van je hond vergelijken met angstfobie bij de mens. Personen met arachnofobie (angst voor spinnen) kunnen door het dolle heen en weer rennen of uren op een stoel gaan staan wanneer een spinnetje passeert. Zo kan een hond ook hevige angstreacties vertonen bij plotse en luide geluiden van verkeer, onweer, vuurwerk, vallend voorwerp of bij individuen met welbepaalde karakteristieken waarvoor de hond een angstreactie vertoont. Dit noemen we ook een fobie.
Ook honden die een langdurige pijnlijke medische behandeling ondergaan kunnen angstagressie ontwikkelen en reageren op een benadering van de dierenarts.
Zoals hierboven reeds beschreven kan ongepast straffen van je hond eveneens resulteren in angstagressie.
Het is zeer belangrijk te weten dat men de angst van een hond niet mag aanmoedigen. Door een angstige hond te bemoederen of gerust te stellen krijgt hij het gevoel dat zijn angst gegrond is en zal deze angst versterken.

2. Verlatingsangst

Deze is één van de belangrijkste gedragsproblemen bij de hond en kan zowel voor de hond als voor zijn baasje voor vervelende situaties zorgen.

Mogelijke oorzaken :

  • meermaalse herplaatsing
  • een tijdje in asiel verbleven
  • grote afhankelijkheid van zijn baasje
  • grote onzekerheid

Symptomen :

  • piepen en blaffen als de hond alleen thuis is (kan overlast veroorzaken voor de buren)
  • extreem onrustig
  • heen en weer rennen in huis in combinatie met urineren of ontlasting.

Dit gedragsprobleem is vrij moeilijk op te lossen. Immers de hond vertoont de angst als hij alleen thuis is. Ingrijpen op dat moment is dus niet mogelijk. Enkel training kan ervoor zorgen dat de angst vermindert of verdwijnt. Eerst moet de hond zijn omgeving als vertrouwd ervaren. Nadien kan het alleen thuis blijven langzaam opgebouwd worden. Het is zeer belangrijk om zo rustig mogelijk het huis te verlaten en de hond op dat moment geen aandacht te geven. Zo laat u de hond zien dat weggaan en thuiskomen normaal is. Uw hond extra knuffelen vooraleer u vertrekt gaat de hond na verloop van tijd een signaal geven dat er iets gaat gebeuren. Een radio opzetten bij vertrek geeft uw hond eveneens een vertreksignaal. Probeer uw hond te leren dat alleen thuisblijven ook positief kan zijn door hem bv af te leiden met voedsel, iets heel lekkers wat hij normaal gezien niet krijgt.
Om verlatingsangst aan te pakken kan men gebruik maken van een bench. Deze kleine ruimte kan uw hond een veilig gevoel geven omdat een grote ruimte zoals een living of keuken te onoverzichtelijk lijken waardoor de hond stress krijgt. Een absolute vereiste is wel dat de hond gewoon is aan een bench en deze als vertrouwde omgeving ervaart.

3. Excretieproblemen

Jonge pups moeten vaak frequent urineren en defeceren(ontlasting, stoelgang). ‘s Nachts moeten ze vaak nog 1 tot 3 maal naar buiten afhankelijk van de leeftijd. Het urineren overdag kan elk uur gebeuren. Tegen de tijd dat de honden een half jaar zijn urineren ze 3-4 maal per dag en 1-2 maal per dag defeceren ze. Dit is normaal excretiegedrag (excretie of uitscheiding is het proces waarbij een organisme afvalstoffen en overtollige stoffen uit het bloed of uit lichaamsvloeistof kwijtraakt)
Indien we onze hond van abnormaal excretiegedrag verdenken moeten we eerst uitzoeken of de hond voldoende kans krijgt om buiten zijn behoeften te doen. Een verandering in de dagelijkse routine (minder uitlaten, verandering van de tuinaanleg,..) kan tot gevolg hebben dat een volledig zindelijke hond in huis gaat urineren of defeceren. Vooral oudere honden zijn gevoeliger aan dit probleem.
Tijdens de leeftijd van 7-9 weken creëren pups een voorkeur van ‘substraat’ (ondergrond, bodem) zoals om hun behoefte op te doen. Hebben de jonge hondjes enkel geleerd om op gras uit gelaten te worden, kan het zijn dat ze op oudere leeftijd weigeren om op stenen te ontlasten of urineren. Meestal treden de problemen op wanneer de hond een substraatvoorkeur heeft die niet gewild is door de eigenaar.
Medisch problemen kunnen ervoor zorgen dat uw hond plots in huis gaat plassen. Zo kunnen urineweginfecties, nierproblemen, endocriene problemen, hormonale aandoeningen aanleiding geven tot meer drinken en dus ook meer plassen. Meer defeceren kan het gevolg zijn van parasitaire infecties, voedselallergie, virale infecties,….

Ongewenst excretiegedrag kan voorkomen ten gevolgen van :

Verlatingssangst (of scheidingsangst)

Om de diagnose van scheidingsangst te bevestigen moeten enkele voorwaardes voldaan worden:

  • Hond urineert/defeceert enkel in huis wanneer de eigenaar niet thuis zijn
  • Het is zeker dat de hond volledig zindelijk is
  • Afwezigheid van medische aandoeningen die oorzaak kunnen zijn van de veranderingen in excretiegedrag

Markeren

Markeergedrag is het best gekend bij mannelijke dieren wanneer ze hun poot heffen en urineren tegen verticale objecten.
Het is een volledig normaal hormonaal en sociaal gedrag bij honden maar kan wel als storend door de eigenaar ervaren worden. Aangezien het gedrag hormonaal afhankelijk is komt het frequents voor bij intacte dieren en kan een chemische of chirurgische castratie vaak (maar jammer genoeg niet altijd) helpen.
Ook teven kunnen markeren met urine. Ook dit gedrag is gedeeltelijk hormonaal bepaald aangezien het vooral wordt gezien tijdens de oestrus.

Urineren tgv onderdanigheid

Het ongecontroleerd urineren is een instinctieve reactie van een hond op gelaatsuitdrukkingen, bewegingen of lichaamshoudingen van personen of andere dieren die als bedreigend of dominant ervaren worden. Vaak vertoont de hond deze onbewuste reactie wanneer men naar hem reikt, hem wilt strelen over zijn kop, oogcontact, over de hond staan, de hond benaderen,…
Onderdanig urineren kan men afleren door training. Straffen maakt het probleem alleen maar erger. Het is belangrijk te weten dat uw reactie en lichaamstaal het probleem uitlokken.
Deze honden willen soms zo graag behagen. Ze beginnen dan met hun staart te kwispelen of aan de handen van de mensen te likken.

Urineren tgv opwinding

Dit wordt vooral gezien bij jonge uitbundige honden. Soms gebeurt het urineren tijdens het lopen, staan of opspringen.
We gaan dit behandelen door de stimuli die dit gedrag uitlokken te vermijden. Zo mag er bij het begroeten geen oogcontact of verbaal of fysiek contact zijn tot de hond gekalmeerd is. Frequente wandelingen kunnen ervoor zorgen dat de blaas altijd zo leeg mogelijk is.

Angstgedrag

Het urineren uit angst gebeurt meestal plots waarbij alle urine in één keer wegvloeit. Bij het urineren uit onderdanigheid kan de urine langzaam wegvloeien of in verschillende kleine beetjes.

Oplossen en/of voorkomen van gedragsstoornissen/problemen

1. Medicatie of supplementen

Supplementen of soms zelfs medicatie kunnen vaak als ondersteuning gebruikt worden bij training of gedragstherapie. Men moet wel op de hoogte zijn van de neveneffecten en de beïnvloeding van de medicatie op het gedrag wil men ze zo effectief mogelijk aanwenden.

2. Gedragstherapie : gepersonaliseerde therapie

Bij ongewenst gedrag is het belangrijk om snel in te grijpen. Men kan hiervoor beroep doen op gediplomeerde gedragstherapeuten.

Vaak is de belangrijkste stap in gedragstherapie eigenaars de lichaamstaal van hun huisdier te leren interpreteren om de dagelijkse omgang met hun huisdier te vergemakkelijken, om eventuele problemen te voorkomen of te behandelen.
Een gedragsprobleem is vaak indivue-afhankelijk en het oplossen van het probleem vraagt dikwijls een grote inspanning en creativiteit van de eigenaar.

In sommige gevallen zijn omgevingsveranderingen noodzakelijk:

  • Toegang tot bepaalde ruimtes verbieden
  • Speelgoed weggooien
  • Speelgoed kopen
  • De indeling van het huis aanpassen
  • Een kast weghalen die vaak de doelplaats voor urine was

De gedragsconsultatie

  • Eerst wordt het signalement van het huisdier bekeken : de leeftijd, geslacht, steriel of intact,..
  • Vervolgens wordt de dagelijkse routine van het gezin onder de loep genomen : de frequentie, duur en type spel, eten, uitgaan,…
  • Het gedragsprobleem wordt zo nauwkeurig mogelijk beschreven
  • Tijdens de consultatie wordt de hond geobserveerd terwijl hij in de ruimte rondloopt, hoe reageert hij op zijn baas, hoe verloopt de interactie met vreemde personen
  • Het stellen van de diagnose
  • Het behandelplan opstellen

 

3. De opvoeding

De opvoeding van een pup is makkelijker dan deze van een oudere hond. Een pup heeft nog totaal geen gewoontes aangeleerd (ook geen slechte die afgeleerd moeten worden), zij zien hun baasje gemakkelijker als de leider.

1. Straf je hond nooit voor iets wat hij in het verleden deed. Vaak denken mensen dat een hond “weet wat hij gedaan heeft” omdat hij schuldig kijkt als je hem vraagt wie bv de wasmand heeft stukgemaakt toen je weg was. Een hond kan namelijk zeer goed je stemklank of intonatie interpreteren en beseffen dat ze iets gedaan hebben wat niet mocht maar wat is voor hen een raadsel. Hun onderdanig gedrag is een manier om te tonen dat ze je gezag bevestigen, niet om aan te geven dat ze je begrijpen.

2. Maak gebruik van frequente korte lesjes van max 2 minuten. Langer dan 2 min kunnen zij niet bij de les blijven. Oudere honden kunnen hun aandacht er langer bij houden maar zelfs honden met het grootste geestelijke uithoudingsvermogen kunnen zich niet langer dan een kwartier optimaal concentreren.

3. Omdat een verveelde of een hyperactieve hond totaal niet kan opletten, kan je best eerst een leuke wandeling met hem maken of even een kort speelmoment inlassen. Het moment waarop uw hond het meest alert is, is vlak voor etenstijd. Naarmate uw pup ouder wordt en het aantal maaltijden dus ook minder wordt, kan u best met hem oefenen als hij geslapen heeft en zijn behoefde deed.

4. Conditionering is de beste manier om je hond iets te leren. Conditionering betekent dat je hond een commando gaat associëren met een beloning. Je geeft je hond een commando en combineert dit met een snoepje. Zodra je hond het commando kent kan je het snoepje af en toe weglaten en uiteindelijk helemaal niet meer geven. Op deze manier gaat je hond uiteindelijk het commando uitvoeren ook al volgt er geen beloning. Af en toe kan je hem eens lekker verwennen.

5. De eerste trainingen doe je best thuis in zijn gekende omgeving. Hier is de kans op afleiding klein. Eens je hond de commando’s goed kent kan je het werkterrein uitbreiden naar de straat, een weide, het bos.

6. Wees consequent. Sta rechtop, noem de naam van uw hond om zijn aandacht te trekken en gebruik alleen commando’s of handgebaren als u oogcontact met hem hebt. Beloon hem zodra hij gehoor geeft aan uw opdracht, en geef nooit een commando als u het opvolgen ervan niet kunt afdwingen.

7. Een terechtwijzing gebeurt vocaal en niet fysiek! Een korte “nee” is vaak al voldoende om je hond te corrigeren. Wanneer je het signaal nog wilt verduidelijken kan je een handsignaal toevoegen (denk aan de foeivinger bij kinderen). Een commando dient – net zoals een terechtwijzing – eenmaal kort en krachtig gegeven te worden.

8. Wanneer de training eens wat minder goed gaat is het soms beter om er even mee te stoppen om frustraties langs beide kanten te voorkomen.

9. Als er meerdere gezinsleden trainen met de hond, let er dan goed op dat iedereen dezelfde commando’s en signalen gebruikt. Met meerdere honden tegelijk training is onmogelijk. Heb je besloten 2 pups te kopen dan train je best beide apart, eens dit vlot verloopt kunnen ze beide samen verder opgevoed worden.

gebitscontrole - sterilisatie/castratie - jaarlijkse inentingen ...

Pin It on Pinterest

Share This