Kom op tegen Kanker

Jullie zullen via de sociale media al wel gehoord hebben dat het vandaag de “Dag tegen Kanker” doorgaat. Wij als dierenartsen willen op onze manier “Kom op tegen kanker” steunen door jullie via onze facebook, onze website op te roepen tot solidariteit en zo de patiënten een hart onder de riem te steken.

Jammer genoeg komt kanker ook voor bij onze huisdieren. De diagnose “kanker” bij onze viervoeters komt soms hard aan. Wij zitten onmiddellijk met ontelbare vragen : kan mijn huisdier genezen, wat zijn de gevolgen,…?

De ziekte is bij uw huisdier even onvoorspelbaar als bij de mens. Met dat verschil dat wij als mens bepaalde klachten kunnen mededelen, huisdieren zijn voor het vaststellen van de ziekte volledig van ons afhankelijk. Daarom roepen wij als dierenartsen op om je huisdier regelmatig te laten onderzoeken maar zelfs dan kan de kanker je voor zijn.

De meeste tumoren kunnen door de dierenarts vastgesteld worden via röntgen- en echo-onderzoek. Ook kan de dierenarts door inwendig onderzoek speciale aandacht schenken aan lever, milt, prostaat, anaalklieren, baarmoeder, blaas, darmen en inwendige lymfeklieren.

Wij willen jullie vandaag attent maken op “borstkanker” of “melkkliertumoren (ook wel mammatumoren genoemd) bij hond en kat. Dit zijn immers de meest voorkomende tumoren bij uw hond. Een tumor kan kwaadaardig of goedaardig zijn.
Bij de hond is 35-50% van de tumoren goedaardig, 50% kwaadaardig. Bij katten komen melkkliertumoren minder vaak voor maar toch beslaan zij ongeveer 30% uit van alle tumoren bij de kat. En meer dan 90% van de melkkliertumoren zijn kwaadaardig.

Melkkliertumoren, ofwel mammatumoren, zijn tumoren uitgaande van de melkklieren (de borsten of mammae). Vooral intacte (niet gesteriliseerde) teven zijn gevoelig voor het ontwikkelen van melkkliertumoren. Melkkliertumoren komen zelden voor bij jonge honden (jonger dan 4 jaar) en mannelijke honden. Indien een mannelijke hond toch een melkkliertumor ontwikkelt, is deze bijna altijd goedaardig.
Kwaadaardige melkkliertumoren kunnen uitzaaien naar de lymfeknopen via het lymfedrainagesysteem. Via de bloedvaten kunnen uitzaaiingen zich ook verspreiden naar andere organen zoals de longen (60-80%) en longvliezen (10-40%), de lever (10-20%), de nieren (10-20%), het hart (10-15%) of naar het bot.

Ontstaan

De twee meest belangrijke risicofactoren voor het ontwikkelen van borstkanker zijn leeftijd en het vrouwelijk hormoon “oestrogeen”. Het is dan ook logisch dat teven meer risico lopen dan reuen. Als de teef vanaf jonge leeftijd wordt blootgesteld aan oestrogeen en deze blijft doorgaan tot oudere leeftijd zal de kans op het ontwikkelen van borstkanker groter zijn. Tijdens de loopsheid zijn de eierstokken de belangrijkste oestrogeen-producerende organen.
Wanneer de eierstokken niet meer actief zijn vindt de productie van oestrogeen nog plaats in bindweefsel.
Bij de reuen is er ook productie van oestrogeen in de testis (teelbal).

Anatomie

Het melkklierweefsel bij hond en kat loopt beiderzijds langs de middellijn van de buik van borstkas tot in de liesstreek.
Dit klierweefsel delen we op in verschillende melkklierpakketten, bij elk pakket hoort 1 tepel. Gemiddeld bezitten honden 10 klierpakketten, een variatie van 8 tot 12 wordt wel waargenomen.
Katten bevatten meestal 8 klierpakketten, ook bij hen treedt variatie op.

kom op tegen kanker

Deze tekening toont de de ligging van het lymfatisch systeem (aan de linker kant) waarbij de nummers 1 en 2 respectievelijk voor de oksel- en lieslymfeknoop staan. De dunne lijnen tussen de tepels vertegenwoordigen de lymfevaten, deze tonen hoe de eerste 3 klierpakketten gedraineerd worden door de oksellymfeknoop en de achterste 2 pakketten door de lieslymfeknoop. De rechterzijde van de tekening geeft de doorbloeding weer, hierbij is er wel contact tuusen de voortse 3 en laatste 2 pakketten.

Zowel bloedvaten als lymfevaten verbinden de klierweefsels met elkaar. De eerste 3 klierpakketten worden gedraineerd naar de oksellymfeknoop terwijl de achterste 2 klierpakketten naar de lieslymfeknoop zullen draineren. Dit heeft tot gevolg dat wanneer er een mammatumor wordt vastgesteld thv pakket 2 ook pakket 1 en 3 best preventief verwijderd worden daar tumorale cellen al op microscopisch niveau in deze pakketten kunnen aanwezig zijn.

Deze tekening geeft weer welke pakketten met elkaar verzonden zijn.

Wanneer de achterste klierpakketten weggenomen worden of er wordt een volledig mastectomie uitgevoerd is het belangrijk dat deze ver genoeg naar achter worden weggenomen samen met de lieslymfeknoop. Een groot bloedvat passeert hier en moet voorzichtig worden afgebonden.

Preventie

De kans op het ontwikkelen van melkkliertumoren kan aanzienlijk verkleind worden door een teef of kattin op jonge leeftijd te steriliseren.
Bij een teef die voor de eerste loopsheid is gesteriliseerd, is de kans op de ontwikkeling van melkkliertumoren kleiner dan 1%. Sterilisatie na de eerste loopsheid vergroot de kans op borstkanker al tot 7%. Hoe meer loopsheden er verstrijken, hoe kleiner de kans dat sterilisatie de ontwikkeling van melkkliertumoren kan voorkomen. Vanaf een leeftijd van 2,5 jaar heeft steriliseren geen invloed meer op de ontwikkeling van kwaadaardige melkkliertumoren op latere leeftijd. De ontwikkeling van goedaardige melkkliertumoren wordt met sterilisatie nog wel geremd en is zinvol tot ongeveer 7 jaar leeftijd. Bij de kat geeft een sterilisatie voor de leeftijd van 1 jaar een sterke preventie.
In tegenstelling tot wat vele eigenaars denken is er nog steeds geen bewijs dat het krijgen van een nestje of zogen van pups de kans op melkklieren verkleint.

Diagnose van melkkliertumoren

Melkkliertumoren kan men herkennen als bulten onder de huid in de streek van de melkklieren(het gebied onder de buik waar de tepels zitten). Ze kunnen direct onder een tepel zitten of er rond Soms is er sprake van één bult, maar er kunnen ook meerdere bulten of trosjes bulten voelbaar zijn. Soms zitten de bulten bij een melkklier (1 tepel), maar de bulten kunnen ook in meerdere melkklieren aanwezig zijn. De bulten kunnen zeer klein zijn (vanaf 0,1 cm) tot zeer groot (soms meer dan 10 cm) in doorsnede. Ook kan er in enkele gevallen afwijkende vloeistof uit de tepels komen (meestal door masseren).
Meestal hebben honden bij beginnende melkkliertumoren geen klachten, enkel de bulten in de melkklieren zijn voelbaar. Als de melkkliertumoren al lange tijd aanwezig zijn, dan kan een hond hierdoor gewicht verliezen. Bij uitzaaiingen naar de longen kan een hond benauwd worden.
Bij ons in de praktijk zal bij de “jaarlijkse vaccinatie” steeds de melkklierpakketten grondig gecontroleerd worden op knobbeltjes en/of andere afwijkingen.

Prognose

De prognose en de aard van de chirurgie zijn bij de hond afhankelijk van de grootte van de tumor, het aantal tumoren en de locatie.

Tumorgrootte

Bij katten kan er een gemiddelde overlevingstijd ingeschat worden recht evenredig met de grootte van de tumor. Tumoren kleiner dan 2cm geven een overlevingsduur van gemiddeld 36 maanden, voor tumoren met een grootte tussen 2 en 3cm is dit 15-24 maanden. Tumoren groter dan 3cm hebben vaak maar een gemiddelde overlevingsduur van 4-6 maanden.
Bij honden is dit veel moeilijker in te schatten daar er een grote diversiteit is in het type tumor.

Het type tumor

Goedaardige tumoren kunnen atypische cellen vertonen. In dit geval hebben de honden een kans op de ontwikkeling van kwaadaardige tumoren in de toekomst. Wanneer een goedaardige tumor uit normale cellen bestaat, is de kans op de ontwikkeling van kwaadaardige tumoren in de toekomst nihil. Kwaadaardige melkkliertumoren zijn bijna altijd adenocarcinomen (tumor uitgaande van klierweefsel), maar bij de hond kunnen er ook sarcomen (tumor uitgaande van bindweefsel), carcinosarcomen (combinatie van carcinoom (tumor uitgaande van epitheel) en sarcoom) en ontstoken carcinomen (mastitis carcinomatosis) voorkomen.

De verspreiding van de melkkliertumor

Bevinden de tumorcellen zich enkel binnen het klierweefsel dan is de prognose beter dan wanneer de tumorcellen zich ook al in de lymfevaten of de bloedvaten bevinden. Nog slechter is het gesteld als er al tumorcellen in de omliggende lymfeknopen aanwezig zijn.

Operatieve mogelijkheden

Nodulectomie

Enkel het verwijderen van de tumor met adequate marges. Deze techniek wordt niet geadviseerd omdat de kans op terugkerende tumoren veel te groot is.

Deze techniek kan wel gebruikt worden als biopt

Mammectomie

Het verwijderen van één mammapakket uit de melklijst. Deze techniek kan enkel uitgevoerd worden wanneer de tumor nog klein is (max 1-2cm) en het om een goedaardige vorm gaat.

Partiële mastectomie

Het verwijderen van meer dan één melkklierpakket in één of regionale mastectomie deel van de melklijst.

Unilaterale radicale

Het verwijderen van een complete melklijst aan één kant

Mastectomie

Het verwijderen van de volledige melklijsten
Omdat hierbij zeer veel weefsel verwijderd moet worden, kunnen er problemen met de wondsluiting optreden.
Vaak wordt deze ingreep in twee operaties uitgevoerd waarbij eerst de ene melklijst verwijderd wordt en drie en vier weken later de andere.

Deze 2 foto’s tonen het verschil in invasiviteit. De linker foto is de snijwonde die gehecht moet worden na een volledige mastectomie. De rechter toont de snijwonde na sterilisatie.

 

 

 

 

 

 

In de meeste gevallen wordt een unilaterale of zelfs bilaterale mastectomie geadviseerd. Dit om herval na een beperkte chirurgie te voorkomen.
Als er geen uitzaaiingen gevonden zijn is behandelen altijd zinvol. Bij kwaadaardige tumorel geldt dat hoe eerder ze weggehaald worden des te groter de kans op genezing.

Tijdens de eerste ingreep wordt geadviseerd om de teef ineens te steriliseren. Op deze manier wordt de invloed van oestrogeen weggehaald.
Wanneer er al uitzaaiingen zijn is genezing niet meer mogelijk. Postoperatief kan chemotherapie opgestart worden om de levensduur te verlengen.

CONCLUSIE
Mammatumoren zijn een frequent voorkomende aandoening bij de vrouwelijke intacte hond. Chirurgische verwijdering van de tumoren blijft vooralsnog de gouden standaard in de behandeling en is curatief mits de tumor volledig verwijderd kan worden en er nog geen (micro)metastasen aanwezig zijn op het moment van de ingreep. Er bestaan verschillende chirurgische benaderingen, elk met een eigen graad van invasiviteit. Zolang er nog geen bewijs bestaat dat één methode beter is dan andere, zal de chirurg zijn instinct en ervaring moeten volgen en zijn keuze moeten baseren op zowel de eigenschappen van de tumor als van de patiënt. De verwijderde tumor dient naderhand opgestuurd te worden voor histologisch onderzoek. Hiermee kan er namelijk worden nagegaan of de tumor volledig is gereseceerd en welke type tumor aanwezig was met een eventuele gradering van maligniteit. Deze informatie is belangrijk voor de prognose van de patiënt en kan het nemen van eventuele volgende stappen in de behandeling stimuleren. In dit opzicht heeft histopathologisch onderzoek van de regionale lymfeknoop ook een meerwaarde.
!!! LAAT UW HOND OF KAT OP JONGE LEEFTIJD STERILISEREN!!!

gebitscontrole - sterilisatie/castratie - jaarlijkse inentingen ...

Pin It on Pinterest

Share This