Kruisbandenruptuur

Een veel voorkomend orthopedische probleem bij de grote hondenrassen is een partiële tot volledige scheur van de voorste gekruiste band in het kniegewricht. Een ontstekingsremmer kan tijdelijk beterschap bieden maar finaal is een operatie noodzakelijk om het kniegewricht opnieuw te stabiliseren.
Er bestaan twee verschillende methodes om de stabiliteit van het gewricht te verbeteren :
  • Bij de eerste methode wordt er een band aangelegd aan de buitenzijde van het gewricht. Deze band neemt de werking van de voorste kruisband over.
  • De tweede techniek is een TTA (Tuberositas Tibiae Advancement), hierbij wordt het voorste gedeelte van het bovenste deel van het scheenbeen losgezaagd en opnieuw vastgezet door middel van implantaten. In het zaagvlak wordt een soort van kooi geplaatst. Na enkele maanden revalidatie zal de wig volledig gevuld zijn met nieuw botweefsel, op deze manier wordt het scheenbeen een aantal millimeter naar voor en naar boven verplaatst.
Op basis van radiografie wordt de huidige positie van boven- en onderbeen t.o.v. elkaar bepaald. Aan de hand van metingen wordt bepaald welke verplaatsing van het scheenbeen noodzakelijk zal zijn.

De operatie

De operatie begint met een artrotomie van de knie waarbij het gewricht eerst geïnspecteerd wordt. De restanten van de gescheurde kruisband worden verwijderd en beide menisci worden geïnspecteerd. Na het sluiten van het gewricht vindt het tweede deel van de operatie plaats, de eigenlijke TTA. Het voorste deel van het scheenbeen (Tuberositas tibiae) wordt afgezaagd en naar voor geplaatst dmv een kooi. Deze kooi wordt op zijn plaats gehouden door 2 schroeven, één in de Tuberositas Tibiae en één in het achterste deel van het scheenbeen. Het plaatje zelf wordt vastgemaakt op het scheenbeen met twee schroeven. De voorwaartse verplaatsing van het scheenbeen zorgt ervoor dat de knie opnieuw stabiliteit verkrijgt door verandering van de inwerkende krachten op het kniegewricht. De rechte knieband wordt mede naar voor geplaatst en neemt als het ware de functie over van de kruisband. Vanaf dit moment is geen voorste gekruiste band meer nodig en zal de hond een stabiele en direct belastbare knie hebben. De eerste zes weken moet het botfragment gaan vastgroeien en zal beweging beperkt moeten worden. Na 4 weken maken we controle foto’s om te kijken of het vastgroeien goed verloopt.

Nazorg

De nazorg, die door U gedaan wordt, is van cruciaal belang voor de verdere genezing van uw hond zijn knie. De eerste vier weken aan de leiband te lopen (ook voor een klein plasje…).
  • De eerste week mag u 3 maal daags 5 minuten wandelen. Elke week mag u 5 minuten langer wandelen
  • Na tien dagen komt u terug om de hechtingen te laten verwijderen.
  • Vanaf de tweede week na operatie kan er massage worden uitgeoefend. Hierbij gaat u het kniegewricht actief gaan strekken en buigen.

Honden die moeilijker op gang komen zijn soms geholpen met een aantal kinébeurten, die op onze praktijk kunnen worden gegeven.

Ontwikkelingsproblemen bij gewrichten

Ontwikkelingsproblemen komen frequent voor bij de hond. Men zou verwachten dat deze problemen enkel voorkomen bij opgroeiende honden maar de symptomen kunnen pas optreden op latere leeftijd. Meestal gaat het dan om subklinische letsels die pas na verloop van tijd problemen veroorzaken door trauma of overbelasting.

Oorzaak

Ontwikkelingsproblemen kunnen meerdere oorzaken hebben

  • Erfelijkheid
  • Trauma
  • Voeding ( voeding te laag aan eiwitten, te hoog calciumgehalte, te hoog energieniveau)
  • Activiteit
  • Groeisnelheid​
​We bespreken een specifiek onderdeel van ontwikkelingsstoornissen in de elleboog namelijk elleboogdysplasie. Elleboogdysplasie veroorzaakt pijn en dus kreupelheid. Het ellebooggewricht wordt gevormd door 3 botten. De opperarm (humerus), het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna). Onder elleboogdysplasie vallen de aandoeningen OCD, LPC, LPA, Incongruentie.

OCD – Osteochondrose dissecans

  • Elleboog
  • Schouder
  • Tarsus
  • Knie

Oorzaken

Een verdikte laag kraakbeen die te traag in bot wordt omgezet zodat deze kan scheuren of afbreken. Bij verdere ontwikkeling ontstaat er een stuk losliggend kraakbeen. Als een stuk kraakbeen los komt kan dit erge pijn veroorzaken.
OCD komt veel voor bij pups van grotere rassen , meestal tussen de 4 en 12 maanden oud. Daarenboven zijn bepaalde rassen gevoelig voor deze afwijking. Erfelijkheid speelt dus een rol.
Ook voeding kan de oorzaak zijn van OCD

Behandeling

De beste behandeling is chirurgie waarbij het stuk kraakbeen wordt verwijderd. Deze behandeling is nodig om nodig om artrose te voorkomen. De belangrijkste rassen waarbij OCD voorkomt :
  1. Labrador
  2. Golden Retriever
  3. Bordeauxdog

Symptomen

  • Manken (vooral nadat de hond gelegen heeft)
  • Gezwollen ellebooggewricht
  • Naar buiten draaien van de poot

LPC – Losse Processus Coronoideus

Is een los stukje bot van de ellepijp in het ellebooggewricht. Deze fragmentatie (losliggend stukje) kan in verschillende gradaties optreden: een fissuur (klein scheurtje) , een niet verplaatst fragment, verplaatst fragment of verschillende fragmenten.

Symptomen

ziet men vaak vroeg rond de leeftijd van 5 tot 8 maanden.

Oorzaak

van LPC is nog steeds niet bekend. Men gaat ervan uit dat de fragmentatie veroorzaakt wordt door ongelijke groei tussen radius en ulna of door abnormale druk bij het draaien van de onderpoot. Een fissuur of klein fragment geeft meestal weinig of zeer discrete veranderingen op radiografie. Grotere fragmentatie kan wel via RX diagnostiseerd worden. Chirurgie (verwijderen van de LPC) is nodig om artrose te voorkomen. De top vijf hondenrassen waarbij LPC voorkomt
  1. Berner Sennehond
  2. Labrador Retriever
  3. Golden Retriever
  4. Rottweiler
  5. Duitse herder

LPA – Los Processus Anconeus

Is een afgebroken of niet verbonden stuk van de bovenzijde van de bovenzijde van de ulna. De Processus Anconeus moet tijdens de groeifase vastgroeien aan de ellepijp. Wanneer dit niet gebeurt spreken we van LPA. Ook een LPA dient zo snel mogelijk verwijderd te worden om artrose te voorkomen. Deze afwijking wordt voornamelijk gezien bij volgende hondenrassen :
  1. Duitse herder
  2. Mastino
  3. Sint-Bernard

Incongruentie

Incongruentie kan LPC, LPA en OCD veroorzaken.

Wanneer de ellepijp en spaakbeen niet goed op elkaar aansluiten spreekt men van incongruentie. De beenderen passen niet exact in elkaar waardoor drukpunten ontstaan. Deze drukpunten worden extra belast en moeten meer schokken opvangen waardoor ze gemakkelijker breken. De elleboog is extra gevoelig voor incongruentie daar er niet 2 maar 3 beenderen moeten passen namelijk de humerus die de bovenarm vormt en de radius (spaakbeen) en ulna (ellepijp) die samen de onderarm vormen. Door operatie kan dit verholpen worden.

Diagnose

De vermoedelijk diagnose van elleboogdysplasie wordt , naast een klinisch onderzoek, vastgesteld door radiografie. In geval van twijfel zal een CT of artroscopie noodzakelijk zijn.  
gebitscontrole - sterilisatie/castratie - jaarlijkse inentingen ...

Pin It on Pinterest

Share This