Vaccinaties

 

Voorkomen is beter dan genezen

Een vaccinatie beschermt uw huisdier tegen allerlei nare ziektes (veroorzaakt door virussen).
Bij de geboorte krijgt elk dier een eerste bescherming mee van de moeder.
Sommige kregen deze al via de moederkoek, andere nemen ze op via de eerste moedermelk (colostrum).
Na een aantal weken verzwakken deze ‘maternale’ antistoffen en daarna neemt de dierenarts de taak over door middel van vaccinatie.

De laatste tijd wordt er veel gediscussieerd over het vaccineren van hond en kat. Daarom willen wij u meer uitleg geven over onze manier van vaccineren.

Wist u dat er twee methoden zijn om te vaccineren?

Bij de eerste methode wordt uw huisdier bij elke jaarlijkse controle ingeënt tegen de nodige virussen.

Als praktijk hanteren wij het meest recente vaccinatieschema.
Honden worden jaarlijks gevaccineerd tegen rattenziekte (L4) en PI. Tweejaarlijks tegen DHP (hondenziekte, parvo, besmettelijke hepatitis).

Daarenboven kan u zelf kiezen voor bijkomend vaccinatie tegen hondsdolheid en kennelhoest. Op deze manier wordt uw hond niet overgevaccineerd.

Puppies

  • Op 6 weken kan er een vroege vaccinatie gezet worden. Deze beschermt tegen het parvovirus (kattenziekte) en het caniene distemper virus (hondenziekte, ziekte van Carré).
  • Op 9 weken komt de zogenaamde ‘eerste volwassen cocktail’. Dit vaccin bestaat uit een herhaling van distemper en parvo, gecombineerd met het adenovirus (dat hepatitis veroorzaakt), leptospirose ( rattenziekte, ziekte van Well) en parainfluenze.
  • Voor puppies die veel in contact komen met andere honden of naar de hondenschool gaan wordt aangeraden ook te vaccineren tegen “kennelhoest”.
  • Op 12 weken wordt de cocktail herhaald.
  • Nadien wordt er jaarlijks een boostervaccin (herhaling van de vaccinatie) gegeven.

Gaat Uw huisdier mee naar het Buitenland?

Honden die meegaan naar het buitenland hebben een extra vaccin nodig namelijk het Rabiësvaccin.
Dit vaccin is 3 jaar werkzaam en moet 3 weken vóór vertrek gezet worden.

Katten

  • Op 6 weken wordt er gevaccineerd tegen kattenziekte en niesziekte (protocol asielen en opvangcentra).
  • Op 9 weken wordt er gevaccineerd tegen katten- en niesziekte, voor katten die buitengaan wordt er dan ook een leucosevaccin geënt.
  • Op 12 weken worden beide vaccins herhaald. 

Fretten

Een fret is zeer gevoelig voor hondenziekte (caniene distemper virus), zelfs gevoeliger dan de hond. Besmetting met dit virus geeft 100% mortaliteit (sterfte). Een vaccinatie is zeer belangrijk en moet tweemaal gegeven worden namelijk op 9 en op 12 weken.

Konijnen

Bij konijnen komen 2 besmettelijke ziektes voor namelijk myxomatose en Rabbit Haemorrhagic Disease (RHD). De mortaliteit van beide ziektes ligt zeer hoog, een vaccinatie wordt dan ook sterk geadviseerd.
Vaccinatie kan gebeuren vanaf een leeftijd van 5 weken. Deze vaccinatie moet niet geboosterd worden maar wel jaarlijks herhaald worden.

Sinds december 2015 wordt Nederland geplaagd door een nieuw variant van RHD, gekend al RHD2. Ook in België worden konijnen door dit virus besmet.

Het ziektebeeld van RHD2 verloopt trager maar heeft een zeer hoge sterftegraad.
Omdat het bekende combivaccin (Myxo-Rhd) geen bescherming biedt, raadt men sterk aan de konijnen opnieuw te laten vaccineren. In tegenstelling tot het gekende combivaccin dient de vaccinatie tegen RHD2 na 6 maanden herhaald te worden.

U kan ook kiezen voor de zogenaamde titerbepaling voor de vaccinatie tegen DHP. Hierbij wordt via een klein bloedstaal bepaald hoeveel antistoffen uw hond heeft tegen DHP.

De hoeveelheid antistoffen in het bloed zijn bepalend voor de afweer van uw dier. Als de titer voldoende hoog is, hoeft uw hond op dat moment niet gevaccineerd te worden.

Afhankelijk van de uitslag van de titerbepaling wordt uw huisdier na 1, 3 of 6 jaar opnieuw getest en zodra nodig gevaccineerd.

Als de titerbepalingen goed zijn hoeft uw hond dus jaarlijks enkel voor de rattenziekte gevaccineerd te worden.

Katten worden gevaccineerd met een levend vaccin tegen panleukopenie, Herpes- en
Calicicirus of een levend vaccin tegen Herpes- en Calicivirus. Daar de bescherming tegen panleukopenie 2 jaar aanhoudt, hoeft hiervoor ook niet jaarlijks gevaccineerd te worden en worden de vaccins alternerend gebruikt.

Ook voor uw kat kan u kiezen voor de titerbepaling die de afweer bepaalt tegen panleukopenie, Herpes- en calicivirus zodat ook hier niet onnodig gevaccineerd wordt.

Een bijkomend voordeel van deze titerbepaling:

Bij honden afkomstig uit het buitenland kan er gecontroleerd worden of ze effectief correct gevaccineerd werden.
Honden of katten met auto-immuunziektes kunnen toch goed beschermd worden ook al worden ze niet jaarlijks gevaccineerd.

Alle vaccinaties worden in het vaccinatieboekje van uw huisdier genoteerd. Dit boekje is hun paspoort. De identificatiechip wordt gelinkt aan het nummer van het paspoort. Bij verlies kan na het inlezen van de chip snel de eigenaar gevonden worden.

gebitscontrole - sterilisatie/castratie - jaarlijkse inentingen ...

Pin It on Pinterest

Share This